ds. Teus Prins: ‘Bezielde stilte’ n.a.v. Matteüs 4: 1 t/m 4

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 20 juli 2016  *

Voorganger: ds. Teus Prins

‘Bezielde stilte’ n.a.v. Matteüs 4: 1 t/m 4

Gemeente van onze Heer Jezus Christus.

Heeft u misschien enig idee waarom kloosterretraites en pelgrimages (zoals bijvoorbeeld naar Santiago de Compostela) zo in de belangstelling staan?
Zou dit komen omdat ze allemaal de afzondering en daardoor ook de stilte met elkaar gemeen hebben? Waar veel mensen vandaag de dag een enorme behoefte aan blijken te hebben? Dat je eens even rustig kunt nadenken, dat je -in de stilte- voor jezelf dingen eens even op een rijtje kunt zetten? En niet te vergeten even ook niet hoeft mee te doen aan vorm van competitie dan ook?
Iemand die van onze menselijke drang tot competitie veel last had, was François de Waal.
Door allerlei ruzies verloor hij zijn baan.
In zijn vermakelijke boek ‘Vijftig manieren waarop ik mijn leven verpestte en hoe jij dat kunt voorkomen’ zegt hij dat we ons beter op onszelf kunnen concentreren dan op de concurrenten en de opponenten.
“Het vervelende” zegt hij, “is dat je wanneer je het leven als een wedstrijd ziet, je eigenlijk altijd verliest. Omdat er namelijk altijd wel iemand is die het beter doet.
Àls er al een interessante wedstrijd zou zijn dan is het daarom niet die wedstrijd met ànderen maar die met jezelf: de wedstrijd om wat er in je is zoveel mogelijk tot bloei te laten komen, je talenten te ontdekken, zoveel mogelijk jezelf te zijn.” Nu hij het heeft over het ‘zoveel mogelijk jezelf zijn’ denk ik dat hij daarmee naar een diep menselijk verlangen wijst.
Veel mensen slaan zich ploeterend door het leven heen. Voor hen is het leven een constant gevecht met allerlei onzichtbare krachten die àl hun energie opslurpen.
Het ergste is dat sommigen daaraan zó gewend zijn geraakt dat ze dit niet eens mèrken….
en stilte daardoor als een bedreiging ervaren.
Terwijl stilte een mens wel alleen doet zijn maar stilte echter niet eenzaamheid (in de zin van ‘verlaten’-zijn) hoeft te betekenen.
Maar wat is het dan vreemd dat, wanneer je zegt eens even een poosje alléén te willen zijn dit -door menigeen- als ‘vreemd’ wordt gezien: “Is er misschien iets met je aan de hand?” wordt je dan gevraagd. Want eenzaamheid, het opzoeken van de stilte blijkt voor veel mensen iets negatiefs te hebben.
Natuurlijk: er bestaat zeker ook zoiets als de angstaanjagende stilte, die een mens in verwarring brengt. Of de stilte als gevolg van slecht nieuws: wie slecht nieuws vernemen moet, kàn opgesloten raken in de stilte. Slecht nieuws kan je letterlijk verstommen.
Geluiden van buiten dringen dan niet door.

Wanneer we actief op zoek gaan naar stilte dan merken we als snel dat deze tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend is. Dan moet je echt naar de wat verderaf gelegen gebieden gaan.
Al heel vroeg in de geschiedenis zijn er mensen geweest die dit deden, die zich van de gemeenschap afzonderden door de woestijn in te trekken. Voor hen was de woestijn een soort niemandsland, grensgebied tussen het aardse en het hemelse.
Ze gingen erheen omdat, zeiden ze “Wij niet onszelf zoeken maar de weg naar God.”
‘Daarom ontvluchten wij al die prikkels die dit verhinderen’ Wat te begrijpen is, aangezien ons lichaam alleen al door zijn zintuigen de hele dag door naar de wereld om ons heen open staat: open naar de wereld van de geuren, de kleuren, de geluiden, open naar de wereld van de tastbaarheid en van de vorm: allemaal prikkelende sensaties die elkaar ook nog eens ondersteunen. Terug naar de stilte dus, aangezien deze een rustgevende invloed heeft.
Je niet meer bezighouden met wat anderen van je denken, om dàn -middenín de stilte- er achter te komen wie je eigenlijk bènt, en niet te vergeten wat je taak is in het leven.

Dit was ook voor Jezus tot een existentiële vraag geworden. Omdat hij bij de Jordaan een stem uit de hemel had horen klinken die zei: “Jij bent mijn geliefde zoon! Jij bevalt me!”
Het lijkt alsof Jezus’ eerste gevoel dan is: “Wègwezen! Wèg bij al die mensen hier vandáán. Wáár is er voor mij een plek om eens even goed na te kunnen denken: over wat de reikwijdte van die stem uit de hemel voor mij betekent. Dan gaat Jezus de woestijn in, waarmee hij als het ware in de voetsporen van zijn volk Israel treedt. Hij gaat op zoek naar een eenzame plaats om, zo lezen we dan: alléén te zijn. Opdat z’n ziel even thuis kan komen bij zichzelf. In de woestijn ontwaart Jezus op een bepaald moment dan de verzoeker die tegen hem zegt: “Als jij de zoon van God bent, zoals die stem uit de hemel onlangs tegen je heeft gezegd, grijp dan nu je kans! Maak van al die stenen om je heen brood!
Dan komt bij Jezus het angstig vermoeden op dat wat hem hier aangeboden wordt hem van God wil àfsnijden….Na Jezus’ ‘nee’ hierop probeert de verzoeker het opnieuw aangezien deze verder gaat met: “Ja, maar vraag dan eens aan God om een waterdicht bewijs dat hij zo van je houdt. Als jij wèrkelijk de zoon van God bent dan stuurt die vader van jou op het moment dat jij van het Tempeldak springt toch direct zijn engelen om jou dan òp te vangen? Dus: kom van dat dak af!”
Maar opnieuw zegt Jezus dan: ‘Nee’. Na dit tweede ‘nee’ van Jezus legt de verzoeker zijn kaarten maar op tafel. Want hij realiseert zich dat Jezus dóórheeft dat hij de grote concurrent van God is…De verzoeker biedt Jezus dan aan om bij hem in dienst te treden. Maar ook dit lukt niet: Jezus wijst hem af onder verwijzing naar het gebod dat alleen Gòd aanbeden en gediend mag worden. Wanneer al zijn trucs niet blijken te werken laat de verzoeker Jezus met rust en druipt hij af… Het is een interessante vraag of het welbeschouwd nu zo slecht van Jezus zou zijn geweest wanneer hij ‘ja’ gezegd had tegen die drie dingen.
Aangezien het toch dingen zijn die wij allemaal nodig hebben om onszèlf te zijn, om onze bestemming te kunnen bereiken: namelijk brood, geborgenheid en macht….
Want neem alleen al dat brood: wanneer een mens honger heeft dan kan deze aan niets anders meer denken, vaak ook tot niets anders meer in staat te zijn.
En verder: wie hunkert er nu niet naar geborgenheid, naar liefde en waardering?
En wanneer je die dan eenmaal hèbt, die geborgenheid, en je maag is verder dan ook gevuld, ja dan wil je ook wel eens helemaal jezèlf zijn… Wil je jezelf ook ontplooien, sterker nog: dan wil je wel de macht hebben om eens te doen waar je zèlf zin in hebt. Wanneer de verzoeker is afgedropen komen er vervolgens engelen rondom Jezus, die hem gaan dienen.
Middenin de afzondering, in de stilte zendt God dan zijn helpers om Jezus te bedienen: met brood, gezelschap en begeleiding. Waardoor deze stilte voor Jezus tot een bezielde stilte wordt. Zijn stille afzondering bood Jezus de mogelijkheid zich te oriënteren niet alleen op wat God wèrkelijk van hem vroeg maar tevens op wie hij werkelijk was.

Deze twee punten gelden denk ik ook voor ons. Wie bèn ik voor God en wat wìl God van mij?
Om een antwoord op deze vragen te vinden is het goed om in alle rumoer om ons heen,
om in alles wat ons overkomen kan eens even stilgezet te worden.
Opdat we, nadat we na verloop van tijd tot rust gekomen zijn dan tegen God kunnen zeggen:

Hier ben ik weer, ik was U niet vergeten.
Ik was alleen wat druk met angst, en zo.
Misschien dat mijn gebeden dus wat sleten
en dan zegt men me ‘Heb vertrouwen’, van díe kreten.
Maar ook vertrouwen krijg je niet cadeau
als ’t eigen lijf zichzelf heeft weggesmeten.
Maar hier, in deze stilte raapt het zich weer langzaam bij elkaar…..
Hier ben ik,
haast weer compleet ben ik in staat uw stem te horen,
ja, u te zeggen: Roept u maar.

Amen.
(Gedicht uit: Klein gebedenboek, VUMC)