ds. Wim J.W. Scheltens: ‘De Bijbel open’, n.a.v. Johannes 20: 26-29

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst, 20 april 2016  *

Voorganger: ds. Wim J.W. Scheltens, Lunteren

Persoonlijke aandacht, n.a.v.De Bijbel open: Johannes 20: 26-29

Scheltens
Overrompelend is het paasgebeuren wel geweest: de sfeer is verrassend met al die onverwachte wendingen. Al lezend in de Paas-hoofdstukken van de evangelisten val je van de ene verandering in de andere. Er lijkt geen rust te zijn. Steeds is er sprake van een komen en gaan – even plotseling als onverwacht is Jezus dan hier en dan daar en dan wel, dan niet. Het is een onrustig beeld, die veertig dagen na Pasen. Alsof die onrust ons op de gedachte wil brengen van: dit is ook niet gewoon, niet alledaags, geen gewoon gangetje.
Het onverwachte is nu juist ook het bijzondere! Dat Jezus er wel weer is, dat hij gewoon spreekt, in de ogen kijkt, eet en drinkt, komt en gaat…
Paulus brengt dat zo onder woorden: Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt… (Romeinen 8: 34). Een prachtige uitspraak, waarin een opbouw zit. Zoals een coach aan zijn schaatsers aangeeft, hoe het ene rondje volgt op het andere rondje met de binnenbocht en de buitenbocht.
We lezen vanmiddag over Thomas. Thomas is er eerst niet. Want Thomas kan er niet bij – bij de verwondering over opstanding. Hij is er eerst niet bij, hij kan er niet bij, maar hij hoort er wel bij. Dat is Thomas. Beter dan te speculeren over de gelovige of ongelovige Thomas, kunnen we Thomas tekenen in die drie zinnen: hij is er niet bij, hij kan er niet bij en hij hoort er wel bij!

Dat maken wij ook mee, dat je soms mensen op zondag in de kring van de kerk mist. Misschien brengt de persoon die je mist een bezoekje elders. Of misschien is er een ‘weekendje weg’ gepland. Het kan ook komen door ziekte. Maar ook door aarzeling, teleurstelling, verdriet of twijfel. Dat je zomaar weg blijft.
Dat is jammer voor de ander en jezelf, want jouw aanwezigheid voegt wel iets toe en soms kun je in de kring meer bemoediging ervaren dan buiten de kring.
Maar soms is de kring te benauwd of benauwend. Dan moet je even alleen zijn en uitwaaien. Dat zien we bij Thomas. Eerst mist hij, wat in de kring van de leerlingen en vrienden gebeurt – ja, wie in de kring van de vrienden opeens aanwezig is! En dan is hij er weer bij en valt op, dat er persoonlijke aandacht is. Dat moet hem goed doen.
Maar voor de Bijbellezers is er nog een ongemakkelijk gevoel: is Thomas nu gelovig of ongelovig? Is Jezus nu kritisch op Thomas of juist bemoedigend?
Daarom is het goed om erop te letten, hoe Jezus de vragen van Thomas serieus neemt, zo serieus, dat Hij die vragen opneemt in een grotere verwondering dan van waaruit die vragen zijn opgekomen. Thomas laat zijn beleving opborrelen
vanuit het hart en via zijn verstand komt hij tot een heldere redenering: eerst zijn wonden zien en voelen met mijn vingers en mijn handen in zijn zij.
Weet u, wat het mooiste is van dit verhaal? Dat Jezus aandacht heeft voor deze vragen van Thomas. Thomas wordt gehoord. Dat gaat terug op een heel oude joodse traditie, die zegt: ‘Wie gehoord wordt, hoort erbij!’. Horen en gehoord worden, dat is het grondpatroon van Israël. De kernbelijdenis van Israël is: “Sjema Israel” – “Hoor Israël, de HEER is onze God, de HEER is één!”.

Als we in deze lijn letten op de persoonlijke aandacht van Jezus voor Thomas, komen we op vertrouwd terrein. We komen zo op de vaste grond van Gods Koninkrijk, waar de vredeswens de boventoon voert: “Sjaloom, vrede zij u”. Zo begroet Jezus zijn leerlingen na de opstanding. Want in het Koninkrijk van God is alleen plaats voor vrede en die werkt zich uit in liefde. Voor haat, minachting, afkeer en wegzetten is dan geen plaats meer. Voelt u, hoe zegenrijk en heilzaam dit alles is? Sjaloom wil ook zeggen: wie dit te horen krijgt, hoort erbij!
Thomas wordt gehoord, omdat hij erbij hoort. Houdt dat uit dit verhaal maar vast in uw gedachten. En zo waar als u dit hoort, zo waar dat u er ook bij hoort.
“Raak Mij maar aan met je vingers in mijn wonden en je hand in mijn zij”, zegt Jezus tegen Thomas – het is een ander aanraken dan bij Maria van Magdala, tegen wie Jezus zegt: “Houd Mij niet vast”. Bij Lucas treffen we dat ook aan , dat Jezus zijn leerlingen uitnodigt Hem in zijn wonden aan te raken. Blijkbaar zijn die wonden niet te vergeten, want ze doen recht aan wat Jezus geleden heeft voor ons. Misschien dat Jezus daarom ook ontroerd is over Thomas, die zoveel aandacht heeft voor de wonden van Jezus. Die wonden raken immers zijn diepste betekenis, gezonden om te volbrengen waartoe de Vader Hem gezonden heeft. Zo raakt Thomas wel die kern.
En nu mogen we letten op wat de evangelist Johannes doorgeeft als iets dat wel heel erg bij hem binnen is gekomen. Tegen Maria zegt Jezus: “Ik stijg op naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is”. Dat wijst weer op dat ‘erbij horen’. En Johannes heeft ook heel bewogen geluisterd naar Thomas, als hij uit de grond van zijn hart aangeeft: “Mijn Here en mijn God!”. Ja, ook Thomas hoort er helemaal bij.

En wij? Juist bij Thomas ziet Jezus vooruit en heeft ook ons op het oog, als Hij de ontboezeming doet: “Gelukkig zijn zij, die niet zien en toch geloven”.
Jezus zegt ‘en toch!’ Zo is het precies: geloven is ‘en toch’ en dat is niet altijd niet eenvoudig. Houdt ook dit maar vast van Jezus: het is ‘en toch’. Zo in de zin van: en toch geloven we, dat God ons niet zomaar iets op de mouw speldt.
Amen.

Plaats een reactie