ds. Wim J.W. Scheltens: “Mij is een schuilplaats toebereid” n.a.v. Psalm 91: 1

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 30 december 2015  *

Voorganger: ds. Wim J.W. Scheltens, Lunteren

“Mij is een schuilplaats toebereid” n.a.v. Psalm 91: 1

Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, vernacht in de schaduw des Almachtigen. Zo begint Psalm 91.

Als kind woonde ik aan de rand van een bos. En met een stel vrienden werkten we vaak aan een boomhut. Dat was je eigen plekje. We hadden een doosje, dat goed afsluitbaar was en daar zaten snoepjes in.
En toen onze kinderen klein waren, woonden we in een huis met een grote tuin en bomen erin. Ook zij maakten een boomhut, heel overzichtelijk in de tuin van ons huis. Zij hadden ook plastic bekertjes en een fles limonade in die hut.
En aan de boom hadden ze een briefje hangen: ‘voeten vegen’. Ze dachten zeker: dat horen wij honderd keer per dag, dan moeten we elkaar daar hier ook maar aan herinneren.

Een schuilplaats – die heeft de Here God ook. Een plaats van en voor respect. Daar is veiligheid, geborgenheid. Paulus zou zeggen: verborgen in Christus bij God (Kolossenzen 3:3). En Jezus vertelt over een Vaderhuis met veel woningen of kamers en dat Hij plaats bereidt. Zodat we goed weten: er wordt op ons gerekend. Godfried Bomans mijmert dan over een reünie, waarin je elkaar zo boeiend tegenkomt, dat de tijd uit beeld raakt, want gezelligheid kent geen tijd.

Zo zingt Psalm 84: ‘Mij is een schuilplaats toebereid in het paleis van U, mijn koning.’ En wat denkt u van dat zinnetje uit vers 1 van de berijmde Psalm 84? “Wat zou mijn hart nog liever wensen, dan dat het juichend U ontmoet, die leven zijt en leven doet. Dat tekent ook de levensverwachting van Jaap Zijlstra, die we gisteren in Zunderdorp begraven hebben. Het oude lied zingt: “Laat mij rusten in uw schaûw’!

Zangeres

Wat vindt u van deze geijkte woorden ‘Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, vernacht in de schaduw des Almachtigen’? Op mij maken ze diepe indruk. Misschien komt het wel door de herinnering, dat mijn vader die psalmwoorden graag las, als wij, ouder geworden, weer eens thuis kwamen en ook samen aan tafel aten. En daarna kwam de Bijbel op tafel, een oude bijbel van de vader van mijn vader met koperen sloten eraan. En dan moest je eerst die sloten opmaken: tik, tik. Daar had mijn vader aardigheid aan. Dat hij iets deed wat zijn vader ook deed: tik, tik. Hij las die woorden ‘Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, vernacht in de schaduw des Almachtigen’. Hij las niet altijd de hele psalm, hij was kort van stof. Daarna sloot hij de Bijbel weer met de sloten dicht: plok, plok. Maar wat blijft naklinken? Dat God een schuilplaats heeft. Zo bieden de psalmen een wonderlijk samenspel van geloof en Godsopenbaring.

Wij beleven de laatste middagpauzedienst van 2015 – oudejaar is het morgen. En zo denken we aan God, die droeg ons voorgeslacht… Op 31 december was het jarenlang de verjaardag van mijn vader; hij is 87 jaar geworden. Toen mijn vader ziek werd en het leven bedreigd, toen was zijn geliefde zus, mijn tante, een beetje bezorgd. Zei ze me: ‘Ik maak me zorgen over je vader’. ‘Zorgen over mijn vader, waarom?’, vroeg ik. Hij praat nooit over het geloof. Dat was haar antwoord. Ze was wat zwaar op de hand, moet u weten. Ik vertelde, hoe graag hij Psalm 91 las ‘Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, vernacht in de schaduw des Almachtigen’. Dat vond hij prachtige woorden voor een werkelijkheid waar hij van hield. Dat wist ik niet, zei mijn tante. Weet u waarom hij met u daar nooit over sprak? Omdat u aldoor examen wilde afnemen, of hij wel zuiver genoeg op de graat was. Dat wilde hij niet. Hij had al genoeg examens afgelegd in zijn leven, zei hij. En daar kon ik wel in komen, zei ik. Een geloofsgesprek is om verwondering te delen – niet om elkaar de maat te nemen. Weet u wat mijn tante zei? “Jammer, dat ik dat niet goed begrepen heb”. Zo was ze ook wel weer! Want we konden in onze familie alles tegen elkaar zeggen zonder problemen. Dat zal wel een Groningse trek zijn: als er vertrouwen is, dan ìs er ook vertrouwen! Een pracht mens, die tante, mijn lievelingstante! Kun je begrijpen….
En zo horen we vandaag, dat er een schuilplaats van Godswege is.
In die schuilplaats mag je overnachten in de beschermende schaduw van de Here God Zelf – dat is een ontroerende gedachte. Moet je denken aan het landschap vol spelonken in de woestijn van Juda en Qumran. Dan kun je het je voorstellen, zoals ook in de velden van Efrata bij Bethlehem, waar in het laaggebergte een soort grote afdakken zijn, waar je onder kunt kruipen en je schuil kunt houden.
Dat is het beeld, dat past bij de vertrouwelijke omgang die we met God mogen beleven: ook al is Hij de Allerhoogste en de Almachtige, Hij voelt zich niet te groot voor ons en heeft zelfs een schuilplaats voor je. Vindt u dat niet bijzonder?

Een schuilplaats voor de nacht en niet een luierplaats voor overdag, denk ik dan: overdag doen wat je hand vindt om te doen en ’s nachts laat je je verwennen door Gods geborgenheid, dankzij de verzoenende werking van Christus, onze Heer! Zou u zo kunnen leven? God heeft een schuilplaats en daar past u ook in!

Dat we in de Alle-Dag-Kerk deze accenten beluisteren, mag ons dankbaar stemmen. We hebben het afgelopen jaar weer juweeltjes van Bijbelwoorden gehoord en als je die rijgt aan een ketting en je legt die in het licht van Gods genade, dat kun je je een gezegend mens voelen.
Daarom is het goed om zuinig te zijn op deze middagpauzediensten.
En het past ons om de Here God dank te zeggen voor dit voorrecht, dat wij Hem mogen eren. En dat onze Heer Jezus Christus ons reddend voor gaat, hoe onze weg ook loopt. Of zoals het lied zingt: ‘Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand’. Reken maar! Amen.

Plaats een reactie