ds. Wim Scheltens (Lunteren): ‘Aarzeling en doortastendheid op Pasen’, n.a.v. Johannes 20: 3-10

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 4 april 2018  *

ds Wim Scheltens (Lunteren)

Aarzeling en doortastendheid op Pasen‘, n.a.v. Johannes 20: 3-10

Het begint op de vroege Paasmorgen met gemotiveerde vrouwen die niet kunnen wachten. Johannes zoomt in op Maria van Magdala. Ze is ver van huis. Uit het Noorden bij het Meer van Galilea – Migdal noemen ze dat daar tegenwoordig; wij zeggen Magdala. Het is nog donker in Jeruzalem en daar gaat ze al. Doortastend is ze begonnen aan de tocht en ze kan bij lange na niet vermoeden, waar die uitkomt. Dat is ook eigenlijk het leven: op weg gaan en niet weten wat er achter de volgende bocht gebeurt. U kunt er vast over meepraten, ik ook.

Nu, dat maakt Maria van Magdala op dit moment wel heel sterk mee. Achter een bocht doemt het graf van Jezus op, maar de steen voor dat rotsgraf is weggerold. Het graf is niet afgesloten, maar ligt er als met een gapende open mond.

Ze schrikt. Normaal is er bij een rotsgraf een goot die naar beneden loopt.
Bij het laagste punt is de grafopening, waarvoor een ronde platte steen gerold wordt – naar beneden. Dan is het graf afgesloten. Om die steen nog weer naar boven te rollen – dat is geen doen.

Maria van Magdala is dus geschrokken. Wij zouden zeggen: ze raakt overstuur. Ze rent haar weg terug, zo snel als ze kan. Ze lucht haar hart bij Simon Petrus en bij de andere leerling, dat is Johannes zelf hoogstwaarschijnlijk. Die omschrijft zichzelf altijd ietwat bedekt. En dan gaan die twee op pad. Ze willen weten wat er aan de hand is. Ze nemen het signaal van Maria van Magdala serieus en ze laten het niet bij geruchten. Ze gaan erop af. Dat is interesse, belangstelling.
Wat haar bewogen maakt, nemen ze over. Kennen wij dat ook, dat we geroerd raken door wat een ander ontroert? Of blijven we lekker makkelijk zitten op ons eigen spoor en volharden we in ons eigen gelijk?

De twee mannen nemen Maria serieus. Dat is weldadig en hartverwarmend.
Ze sjoemelen niet met haar gevoelens. Ze hebben oprechte belangstelling en dat schept een band. Dat opent een gezamenlijke betrokkenheid. Dat zien we hier.
In het rennen van die leerlingen van Jezus zien we betrokkenheid ten voeten uit.
En dan gebeurt er iets bijzonders: Johannes loopt harder dan Petrus en kijkt als eerste in het open graf en ziet de linnen doeken liggen waarin Jezus was gewikkeld. Maar hij blijft voor de drempel staan. Petrus komt iets later aan en stapt meteen die drempel over! Laten we goed zien hoe het één niet botst met het ander, maar hoe dat elkaar juist aanvult. Niet wat ik vind, moet jij ook vinden, maar wat jij vindt, doet mij wat!
Ik hoop dat wij goed aanvoelen, dat zulke details ertoe doen. Het geeft aan dat dit evangelieboek is geschreven met het puntje van de tong buitenboord. En als je daar oog voor krijgt, waardeer je dat des te meer. En dat raakt ook aan de betekenis voor ons van dit Bijbelboek. Je voelt hoe de betrokkenheid uitwerkt, dat er onderscheid is tussen aarzeling en doortastendheid. Hoe die twee karakteristieken elkaar aanvullen: de aarzelende Johannes en de doortastende Petrus. Wij krijgen ze beiden als teken van voorbeeldige samenwerking.

Petrus en Johannes zien de doeken in twee soorten. De meest gebruikte doeken zijn vaak van een soort linnen en zijn zo’n 30 cm lang; die worden strak om het lichaam getrokken en met specerijen aan elkaar gekleefd. In Johannes 19 lezen we hoe Nicodemus, de rabbi van het nachtelijke gesprek uit Johannes 3, veel mirre en aloë bij zich heeft. Van dat mengsel kan een geurige pap gemaakt worden, dat die doeken bij elkaar houdt. De doeken zijn meegebracht door Josef van Arimatea. Petrus en Johannes vinden nu die doeken keurig opgerold op een plek; en op een andere plek ligt een grotere doek die rond het hoofd gewikkeld wordt. Josef van Arimatea is ook weer een voorbeeld van doortastendheid. Hij gaat naar Pilatus en vraagt Pilatus iets uitzonderlijks: mag ik de gekruisigde Jezus begraven? Hij heeft de linnen doeken al gekocht voor de begrafenis.

Dat hoort allemaal bij Pasen en de uitwerking van het ongelooflijke gebeuren dat het graf leeg is en dat de doeken opgerold zijn. De doeken hebben hun werk gedaan. Het is klaar.
Of om met Jezus zelf te zeggen: het is volbracht. Zijn roeping is in gehoorzaamheid volbracht en daar mogen wij de vruchten van plukken.
“Nu jaagt de dood geen angst meer aan, want alles, alles is voldaan.”
Geen open rekeningen meer en geen onvoorziene tegenvallers!
Als het om Jezus gaat, gaat er een ruimte open. God heeft alles zo geregeld, dat we met een vrij gemoed ons leven door mogen leven, wat er achter de volgende bocht ook opdoemt.

Want: er is wel wat gebeurd! Dit is gebeurd: op de derde dag wekt God zijn geliefde Zoon op, in wie Hij een welbehagen heeft. Zo kan Jezus opstaan! Hij verschijnt ook aan zijn leerlingen. In het begin is het nog onwennig. De sfeer is vol twijfel en aarzeling. Kunt u dat begrijpen? Zeg nu zelf: hoe geef je zoiets ongewoons als de opstanding uit de dood een plek in je eigen leven? Dat is niet zo gemakkelijk.
Maar opeens mag duidelijk worden, dat wat met Jezus gebeurd is, allemaal ook voor jou is gebeurd. Dat Jezus ook jouw Goede Herder is. Dat Hij onder de miljoenen ook jou op het oog heeft. Dan voel je aan, dat waar het Jezus om gaat alles te maken heeft met jouw vrede en heil voor tijd en eeuwigheid. Want wat over Jezus gaat, dat gaat ook over jou: Jezus leeft en wij met Hem!
Amen.

Plaats een reactie