evangelist Jurjen ten Brinke (Amsterdam Noord): “Wat heb je wèl!?” n.a.v. Marcus 6: 30-44

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 4 juli 2018  *

Voorganger: Evangelist Jurjen ten Brinke (Amsterdam-Noord)

Wat heb je wèl!? n.a.v. Marcus 6: 30-44

Een paar jaar terug was ik op reis naar Oeganda. Samen met tien andere voorgangers wilden we leren van de kerken en van predikanten dáár, hoe je het beste ‘kerk-in-je-buurt’ kunt zijn. Gewoon, voor de omgeving.
Oeganda is een prachtig land en wordt in reisgidsen ‘de parel van Afrika’ genoemd.
Maar… dat prachtige land is lange tijd verscheurd door geweld. Een rebellengroep heeft er afschuwelijk huisgehouden. Veel mensen zijn getraumatiseerd en hebben dingen gezien die je je als mens niet eens voor kunt stellen. Hoe kom je daar weer overheen? Hoe pak je dan de draad weer op? Hoe-werkt-dat?
Kerken in Oeganda hebben trainingen ontwikkeld, waarmee men met elkaar nadenkt over het plan van God met hun leven. En dan niet op een manier van: geloof in God en Hij zal je zegenen…, want dat hebben ze wel afgeleerd in die afschuwelijke tijd. Overal hoorde ik een ándere slogan: geloof in God en gebruik de zegeningen die je al van Hem hebt gekregen.
Dát was een eye-opener. Niet kijken naar wat ik niet heb (hoe verleidelijk ook!), maar naar wat ik al van God gekregen heb.

Een weduwe liet ons haar tuintje zien. Geen verzoek om geld, maar trots vertellen wat ze wèl had. Hoe ze, ondanks het verlies van haar man en twee kinderen, had geleerd te gebruiken wat ze had. Een jonge man, die meerdere mensen tijdens de burgeroorlog van de marteldood wist te redden, maar die ook veel familieleden verloor, liet zien dat hij ‘toevallig’ op een stuk grond woonde, waar klei in de grond zat. En dus begon hij met een mini-stenenfabriekje: klei verzamelen, stenen bakken en die verkopen. Het liep goed en hij had inmiddels vijf weesjongens uit het dorp aan het werk en op dit moment zijn dat er vijfentwintig en heeft hij naast het stenenfabriekje een kalkoenenfarm opgezet. Alle winst gaat naar het dorp, trouwens…

Hoe werkt dat: De knop omzetten en kijken naar wat je wél hebt ?
In de Bijbel lezen we een prachtig en ook bekend verhaal, over Jezus die een menigte mensen voedt met vijf broden en twee vissen. Na een lange dag zijn de volgelingen van Jezus moe en ze adviseren hem om de mensen die naar Jezus zijn komen luisteren, naar huis te sturen. Het is welletjes zo. Het is al laat en de mensen hebben honger. Jezus zegt dan tegen hen: ‘Geven jullie hen maar te eten.’ ‘Maar, Heer,’ zeggen ze, ‘hoe dan? Je zou weet ik hoeveel geld nodig hebben om zoveel duizenden mensen te eten te geven!’ En dan komt het antwoord van Jezus, ik lees het je voor uit Marcus 6: 38
Toen zei Hij: ‘Hoeveel broden hebben jullie bij je? Ga eens kijken.’ En nadat ze waren gaan kijken wat ze bij zich hadden, zeiden ze: ‘Vijf, en twee vissen.’
Ga eens kijken, zegt Jezus. Wat is er wel?
Er blijkt een jongen te zijn met vijf broden en met twee vissen. Hij had het ook níet uit handen kunnen geven. En misschien waren er wel mensen die óók iets hadden, maar het niet wilden geven omdat ze het dan ‘kwijt’ waren. Het eten wordt bij Jezus gebracht, Hij bidt tot Zijn Vader, breekt het brood en verdeelt de vis en een groot wonder vindt plaats: er is meer dan genoeg voor iedereen: minimaal 5000 mensen zijn er bij elkaar.

Het wordt duidelijk voor me: God zet ons in bij Zijn wonder. Hij gebruikt iets van ons en gaat daarmee aan de slag. Er zijn tientallen Bijbelverhalen waar je dat terugziet. Bijvoorbeeld bij een weduwe die schulden heeft. Ze kan geen brood meer bakken, want de olie is op. Als er dan een profeet van God langskomt, zegt hij haar dat ze alle potten en kruiken uit het hele dorp moet verzamelen. Dat doet ze, haar huis staat vol. En die moet ze vol gieten met olie uit het flesje. Het flesje dat niet leeg raakt! Daarna kan ze de olie verkopen en haar schulden betalen én verder leven. Zie je? Weer zoiets: God zet mensen in bij Zijn wonder. Hij had ook gewoon een pakje bankbiljetten uit de hemel kunnen laten vallen. Maar nee, de vrouw mag aan de slag en God verbindt Zich met een wonder aan haar leven.
En daarom geldt de vraag ook voor jou en mij. Wat heb je wel? Ga eens kijken. Als wij bereid zijn om aan de slag te gaan met wat we van God gekregen hebben, of liever gezegd: als we bereid zijn om ‘onze’ broodjes en vissen in de handen van Jezus te leggen, dan kunnen er wonderen gaan gebeuren. Dan kunnen we hoopvol verder. Dan is niet ons tekort, maar Gods overvloed de maatstaf. Oók als je volgens jezelf haast niets meer kunt. Want zeg nou zelf, vijf broden en twee vissen is niets… op 5000 man. Wat jij en ik ‘niets’ vinden, is in Gods ogen ‘iets’. De euro die jij voor een goed doel geeft, kan nèt gebruikt worden tot zegen van iemand die het nodig heeft. Het kaartje of sms-je dat jij stuurt, kan God gebruiken.
Ik herinner me dat ik ooit een sterke drang voelde om bij iemand langs te gaan; ik zat op de fiets, onderweg naar huis, maar het móest even (zo voelde het). Aangebeld… en ik mocht binnenkomen. Het ging niet goed met die persoon. Maar we hebben een poosje gepraat en gebeden. Jaren later vertelde hij me dat hij die dag uit het leven wilde stappen. Maar dat het feit dat ik langskwam, hem liet zien dat God er was en dat hij zijn plan niet heeft uitgevoerd. Wat een wonder! Mijn korte bezoek bij hem aan huis was door God gebruikt. Ik word daar klein en stil van, maar ook verwonderd en heel dankbaar.
En daarom: geloof in God en gebruik de zegeningen én mogelijkheden die Hij je al gegeven heeft!

Amen

 

Plaats een reactie