Korte overdenking (nr.3) ‘Volhard, want er wordt iets nieuws geboren!’, ds. Bas van der Graaf (Stichting Alle-Dag-Kerk) – n.a.v. Romeinen 8: 22-25

* Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Podcast nr.3 in de serie over Volharding, 31 december 2020 *

door ds. Bas van der Graaf

Welkom bij deze podcastserie van de Alle-Dag-Kerk over het thema ‘volharding’. In 5 afleveringen staan we stil bij de vraag wat het Bijbelse woord ‘volharding’ betekent en hoe het ons in deze tweede lockdown kan helpen om moed te houden en gaande te blijven.

Vandaag aflevering drie met als thema: Volhard, want er wordt iets nieuws geboren!

Gedachten bij de brief van Paulus aan de Romeinen, hoofdstuk 8 vers 22-25

22 Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. 23 En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan. 24 In deze hoop zijn we gered. Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn. Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? 25 Maar als wij hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden.

Volhard, want er wordt iets nieuws geboren

De apostel Paulus schrijft aan christenen in het oude Rome: Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensnood zucht. De hele schepping zucht. Toen ik die zin las, dacht ik meteen: dat is wel een goede omschrijving voor het jaar 2020. De hele mensheid zuchtte onder een pandemie, die ons hele leven veranderd heeft. We zuchtten om al de dingen die niet meer konden, we zuchtten om de verliezen die we leden, om de afstand die we moesten houden, om de eentonigheid van de dagen met steeds hetzelfde ritme, we hadden zoveel redenen om te zuchten. Wij mensen zuchtten en vérzuchtten dat we er zo langzaamaan wel klaar mee zijn.

De hele schepping zucht, zegt Paulus. Toen ik er nog wat langer over nadacht besefte ik, dat dit in 2020 niet voor de héle schepping gold. Toen in het voorjaar het grootste deel van het verkeer en vooral het vliegverkeer stilviel, slaakte de schepping weliswaar óók een zucht, maar het was vooral een zucht van verlichting. Heldere blauwe luchten zagen we, we hoorden vogels die we nog nooit eerder hoorden, in Venetië was het water glashelder, kortom de schepping ademde even op van onze gedwongen pauze. Inmiddels heb ik begrepen dat we ons niet al te rijk moeten rekenen met deze tijdelijke fenomenen, maar toch, het waren wél tekenen van hoop.

En over die hoop moeten we het meteen ook even hebben, want dat doet Paulus ook, op een verrassende manier. De hele schepping zucht, schrijft hij, maar dan voegt hij eraan toe: als in barensnood. Om zich heen hoort hij het gekreun en gejammer (zo sterk is het woord dat hij gebruikt), maar het zijn zuchten die gevuld zijn met hoop. Die zuchtende schepping is volgens hem als een barende vrouw, die zucht om de pijn van de weeën te verlichten. Die pijn is moeilijk te verdragen, maar je kúnt hem als vrouw verdragen vanwege de hoop die erin zit: straks wordt mijn kind geboren! Daarom zet ik mijn tanden op elkaar, zucht en steun ik, schreeuw ik het uit als het even moet, allemaal om het vol te houden, te volharden.

En precies dát is ook het perspectief dat Paulus zijn zuchtende lezers wil geven. Hoor maar wat hij schrijft: In deze hoop zijn we gered. Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn. Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? Maar als wij hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden.

In déze hoop zijn we gered. De hoop dus dat in de pijn van het nu de belofte voor morgen zit. De hoop die er is zélfs of juíst als we die toekomst nog niet zien. Als we nu al precies zouden weten hoe 2021 eruit ziet, als we al helemaal zouden kunnen uittekenen wat er allemaal aan nieuws uit deze crisis geboren zou worden (en dat gáát gebeuren), tja, dan zouden we geen hoop nodig hebben. In Paulus’ woorden: Als we al zouden zien waarop we hopen zou het geen hoop meer zijn. Maar als wij hopen op wat nog níet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden.

Volharden kunnen we dus als we hoop hebben. En hoop mogen we hebben als we nog helemaal niet kunnen zien waarop we hopen. Want hoop is de zekerheid dat de pijn van deze wereld niet alleen lijden is maar ook de geboortepijn van een nieuwe wereld, Góds nieuwe wereld. Dat laatste is natuurlijk de diepe betekenis van de hoop die Paulus zoveel kracht geeft om te volharden, dat het Gód de Schepper is, die dwars door de crisis heen de wereld zal vernieuwen.

Ik vind dit enorm bemoedigende woorden, voor de terugblik op het afgelopen jaar maar ook voor de vooruitblik op wat komen gaat; 2020 was een jaar dat reden gaf om veel te zuchten. Maar als je goed luisterde, hoorde je door de zuchten heen ook al de belofte van nieuwe dingen die geboren gaan worden. Wat 2021 ons gaat brengen, kunnen we nu nog niet zien, we kunnen het ons nauwelijks voorstellen, maar de hoop die we mogen koesteren, is dat we zullen opstaan uit de crisis en dat er onverwacht nieuwe dingen geboren zullen worden. En wie weet wat er op lange termijn allemaal zichtbaar zal worden: een nieuwe levensstijl, die onze aarde weer een zucht van verlichting kan laten slaken, nieuwe manieren van werken, andere dingen die belangrijk zijn, nieuwe verbindingen.

Dus hou vol, mensen, volhard! Volhard vooral in de hoop dat de schepping zucht als in barensnood. Uit de pijn zal iets nieuws geboren worden. We zien het nog niet, maar we hopen het wel. Die volharding, die hoop, wens ik iedereen die dit hoort of leest toe.

»«

Plaats een reactie