Korte overdenking – ds Johan Visser (Amsterdam): Zegenen, n.a.v. Numeri 6: 22-27

*  Alle-Dag-Kerk Amsterdam – Podcast 10 februari 2021  *

door: ds. Johan Visser (Amsterdam)
   

Thema: Zegenen. Een meditatie over Numeri 6: 22-27

Zegenen. Een ouderwets, religieus, bijna vergeten woord. Als ik erover nadenk, vind ik het vreemd en pijnlijk dat het tegenovergestelde – vloeken – nog wel springlevend is. ‘God verdoem mij’ is een helaas veelgehoorde vloek, terwijl je het ‘God zegen mij’ in Nederland veel minder hoort. Toch is zegenen Gods core-business, dat moesten de priesters van het bijbelse Israël dagelijks doen, blijven doen – namens God de zegen uitspreken, op de mensen leggen.

Deze priesterlijke, Aäronitische zegen is een kunstwerk van 15 woorden – een bloem die zich langzaam, in drie bewegingen, opent, vuurwerk dat in drie klappen een steeds gro­tere regen van kleur en licht aan de hemel laat verschijnen.

De HEER zegent u en behoedt u – in het Hebreeuws 3 woorden of 15 letters.

De HEER doet zijn aangezicht over u lichten en is u genadig – in het Hebreeuws 5 woorden of 20 letters.

De HEER verheft zijn aangezicht over u en geeft u vrede – in het Hebreeuws 7 woorden of 25 letters.

Drie keer de heilige Naam van God – JHWH, vertaald met HEER – als onderwerp, zes werkwoorden, zes keer ‘u’ of ‘je’, als eerste woord ‘zegent’, als laatste ‘vrede’.

Deze kunstige vorm is de verpakking van heilige, kostbare, echt goede woorden.

Zegenen – de goede en heilzame kracht meegeven die het leven laat bloeien en groeien. Behoeden, bewaren of beschermen – tegen alle kwade en vijandelijke krachten in ons, in de wereld, die het leven kapotmaken en verzieken. Het aangezicht, het gezicht van God dat over ons oplicht, gaat stralen. Dan kun je denken aan iemand die je lachend, stralend aankijkt – zoals verliefde mensen elkaar met stralende ogen kunnen bekijken, zoals je met een glimlach naar spelende kinderen kunt kijken, zoals je met zachte – lachende of wenende – ogen kijkt naar mensen die je niks anders wenst dan het goede.

Zo,” zegt de priester, “zo zal Gods gezicht naar jou kijken. En je genadig zijn – de HEER is je gunstig gezind, Hij ziet het met je zitten, Hij staat positief tegenover je. Hij verheft zijn aangezicht over u – Hij kijkt je aan, ziet je staan of zitten of liggen en wendt zich naar je toe.” God ziet je – niet zoals het alziend oog aan de wand, een soort van hemelse variant van de veiligheidscamera’s en spionagesatellieten waarmee alle overheden vandaag pro­beren om onze veiligheid te garanderen en het leven te controleren. Maar God die je ziet – echt ziet en kent in een verrassende en genadige vorm van liefde en interesse en van zorg. En u vrede geeft – sjalom, heelheid, welzijn, dat het goed komt.

Zegen is een woord dat we niet zoveel gebruiken en horen. Wij hebben het woord geluk, happiness. De inhoud kan hetzelfde zijn (ook zegen gaat over het goede dat je ontvangt in je leven). Maar het verschil is groot. In de eerste plaats: geluk is wat goed voelt, wat voldoet aan wat wijzelf als geluk ervaren in ons leven. Zegen is meer dan dat. Gods zegen werkt door heel het leven heen – ook door de onvolmaaktheid, het kwaad, de pijn, de miserie en het ongeluk heen.

Ik hoor de Amerikaanse schrijver Frederick Buechner vertellen van een vreselijke tijd waar­in hij en zijn vrouw bij hun dochter zijn, die ver weg van huis was opgenomen in een psy­chiatrisch ziekenhuis. Het ging niet goed. Op een avond stapt hij een lege kerk binnen om er alleen te zijn. Daar overvalt hem Gods liefde die er gewoon is en het besef dat Hij, God, liefheeft om niet, ondanks en met alles, ook al heeft die liefde geen direct nut in de zorg om hun kind.

In de tweede plaats is zegen altijd een geschenk, terwijl geluk – zeker vandaag – een zaak is die je als mens moet nastreven, zelf pakken, maken en kopen, waarvoor je moet investeren met gelukscursussen en bucketlists. Zegen is iets dat op je afkomt van de an­dere kant. Ook al geef je er alles voor, al werk je er keihard aan – het blijft geschenk, ge­nade, goedheid die je in de schoot valt, die in het leven is gezaaid en opkomt, groeit en bloeit. Bij zegen hoort dus verwondering en dankbaarheid over de goedheid die er is en die je ontvangt.

Geloven in God wil ook zeggen: geloven in de zegen van God. Erop vertrouwen dat er een gezicht is dat je kent, ziet en met je meegaat en je aankan. Een vrede ontvangen die alles te boven gaat, die groter is alleen maar gelukkig zijn. En een levensroeping en –vul­ling ontvangen om priesteres/priester te zijn – dat je als een gezegend mens een be­middelaar van Gods zegen voor anderen bent.

Hoor daarom nu die zegen nog een keer als een zegen voor jou / voor u:

De HEER zegent je en behoedt je.

De HEER doet zijn aangezicht over je lichten en is je genadig.

De HEER verheft zijn aangezicht over je en geeft je vrede.

2

Plaats een reactie