mgr. dr. Dick Schoon: ‘Omgekeerde wereld’ n.a.v. Markus 9: 30-37

*  Alle-Dag-Kerk, 16 september 2015  *

Voorganger: mgr. dr. Dick Schoon, Amsterdam

‘Omgekeerde wereld’ n.a.v. Markus 9: 30-37

Broeders en zusters, het zal u niet ontgaan zijn, dat er in het evangeliegedeelte dat we zojuist lazen, een grote tegenstelling schuilt: Jezus kondigde zijn lijden en sterven aan, mét de verrijzenis op de derde dag – en waar waren de leerlingen in geïnteresseerd? Wie de grootste onder hen is! Jezus die over zijn sterven spreekt, en de leerlingen die dat niet horen (niet kunnen horen? niet willen horen?), maar het over hun carrière hebben. Dat lijkt wel erg op onze wereld, waarin sommige mensen omkomen van ellende, terwijl anderen zich bezighouden met de inrichting van hun huis, een nieuwe auto of de volgende vakantie.

Als je zo’n bijbelgedeelte leest, is het altijd de vraag met wie je je identificeert. Bijvoorbeeld in die scene waar Jezus een kind in het midden stelt en in zijn armen sluit. Met wie vergelijk je jezelf dan? Met Jezus? Met dat kind? Of met de leerlingen die daarom heen staan en er getuige van zijn? Misschien wel met alle drie!

Als je je met Jezus vergelijkt, zou je in navolging van hem ook kinderen moeten omarmen, dat wil zeggen: beschermen – en wie van ons zou niet bereid zijn om dat te doen? Maar wie zijn die kinderen eigenlijk? Het ligt voor de hand om aan de kinderen van de vluchtelingen in onze wereld te denken, die we dagelijks op de tv in de grootste ellende voorbij zien komen. Maar zou je vanuit bijbels oogpunt niet ook volwassenen als kinderen moeten zien? Mensen die huis en haard – voor zover ze die nog hadden – hebben verlaten en op de omarming, de zorg en gastvrijheid van anderen, rijkeren en sterkeren, van ons zijn aangewezen? Zo zou het evangelie van vanmiddag ons tot ruimhartigheid in onze gastvrijheid moeten oproepen. Jezus geeft dan een voorbeeld van hoe wij zelf zouden moeten handelen. Wij moeten afstand nemen van onze carrière, onze zucht naar macht en zekerheid en kinderen centraal stellen.

Maar er is ook nog een andere mogelijkheid: je kunt jezelf als kind beschouwen. Want wie van ons heeft 100% zekerheid over zijn onafhankelijkheid? We weten toch allemaal, dat er maar íets hoeft te gebeuren en we zijn de vastheid in ons bestaan kwijt. En wat dan? Dan ben je aangewezen op een ander die je omarmt, je in bescherming neemt met zorg en liefde. Misschien is dat ook de bedoeling van Markus als hij dat omarmen van het kind door Jezus onmiddellijk nà de aankondiging van zijn lijden en sterven vertelt. Je kunt zoals Jezus zelf straks veel verliezen in je leven, ja, je moet ooit je leven zelf uit handen geven, en wat is het dán geen troost en kracht, als je je kunt toevertrouwen aan een liefde die je omarmt en koestert.

Gemeente, in de lezing is Jezus op reis door Galilea. Wij zijn net zo op reis, ons leven lang, door de wereld. We horen vandaag dat we onszelf niet hoeven op te blazen en groot te maken ten koste van elkaar, ten koste van anderen, maar dat we kunnen leven in vertrouwen dat zelfs de kleinste en kwetsbaarste mens door God bij name wordt gekend. Dat vertrouwen is niet alleen een troost in benarde omstandigheden, maar het geeft ons ook een enorme kracht. Als we onze zekerheid niet aan onszelf ontlenen, maar aan degene die ons in dit leven roept en ons geneest van al onze beperkingen, wat zouden wij onszelf dan moeten afsluiten voor anderen? Wij hebben de kracht om gastvrij te zijn.
Jezus zelf gaat ons in dat vertrouwen voor en zal door lijden en sterven heen ópstaan in een heerlijkheid waaraan hij ons deel geeft. Laten we zo ons leven richten op deze onvergankelijkheid en dan als opgewekte mensen leven tot eer van Gods naam.

Amen.

Plaats een reactie