mgr.dr Gerard de Korte (Den Bosch): ‘Onvoorwaardelijke liefde’, n.a.v. Lucas 15: 11-24

*  Alle-Dag-Kerk, Amsterdam, Middagpauzedienst 21 maart 2018  *

Mgr.dr Gerard de Korte   (Den Bosch)

Onvoorwaardelijke liefde‘, n.a.v. Lucas 15: 11-24     (Gelijkenissen)

Beste broeders, beste zusters. In de rooms-katholieke kerk is in 2016 het jaar gevierd van de barmhartigheid. Paus Franciscus had de katholieken in heel de wereld opgeroepen om een jaar lang na te denken over die centrale notie van barmhartigheid. Misericordia in het Latijn, een hart, een cor, hebben voor de miseri, de mensen die in de ellende zijn of die ellendig zijn.

En dat heeft, denk ik, minstens twee dimensies: een sociale dimensie en een morele dimensie. Voor beide dimensies vinden wij in de Heilige Schrift parabels. U kent allemaal de parabel van de barmhartige Samaritaan. Terwijl de priester en de leviet in een brede boog om de man die in elkaar geslagen langs de kant van de weg ligt, heen lopen, is er een vreemdeling, een Samaritaan, die zich in zijn hart laat raken en het slachtoffer te hulp komt. Hij zet hem op zijn rijdier en brengt hem naar een herberg, waar deze op kosten van de vreemdeling, de Samaritaan, kan genezen. Hèt voorbeeld van sociale barmhartigheid.
Maar er is in de Schrift ook sprake van morele barmhartigheid. En dat is, denk ik, aan de orde in de zojuist voorgelezen parabel. Ik vind het één van de mooiste gelijkenissen die Jezus ons verteld heeft. En die gaat over wat ik genoemd heb: onvoorwaardelijke liefde.
Het verhaal is bekend. De jongste zoon heeft zijn vermogen (een erfenis) al bij leven opgeëist. Hij komt letterlijk bij de varkens terecht na een losbandig leven. En dat zal voor Joodse hoorders nog dramatischer geweest zijn dan voor ons; bij de ‘onreine’ dieren. En dan denkt hij: “Ja, ik ga maar terug, want dan ik tenminste nog bij mijn vader te eten krijgen.”
Maar het boeiende in de parabel, vind ik, dat nog vóórdat de ingestudeerde schuldbelijdenis is uitgesproken, de vader zijn zoon in de armen heeft gesloten.

En we horen ook in de parabel dat de vader op de uitkijk staat. Blijkbaar had die jongste zoon altijd een plekje gehouden in het hart van zijn vader. Altijd was er dat wachten en dat waken geweest van de vader totdat de zoon zou terugkomen. Onvoorwaardelijke liefde; dat is, denk ik, waar Jezus vandaag de nadruk op legt. Wij kunnen als mensen héél ver van God weglopen. We kunnen letterlijk bij de zwijnen terechtkomen. Maar er is altijd een mogelijkheid om te keren, terug te keren. En dan mogen we weten dat God, nog vòòr wij onze schuldbelijdenis hebben uitgesproken, ons in de armen sluit en aanvaardt. En de reden is – we hebben het ook gehoord aan het eind van de perikoop: Deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden.
Je zou het zo kort voor het Paasfeest een klein paasverhaal kunnen noemen: Deze zoon was verloren en is weer teruggevonden.

Wat Paulus in de Romeinenbrief de ‘rechtvaardiging van de goddeloze mens’ noemt, dat is, denk ik, in het Lucas-evangelie de parabel van de verloren zoon. God die ons aanvaardt, omdat Hij onvoorwaardelijke liefde is.
En als we dat werkelijk geloven, als we dat beleven in ons eigen bestaan, wie zijn wij dan dat wij haatdragend blijven, of wraakzuchtig. Als wij zelf leven van Gods barmhartigheid, van Gods onvoorwaardelijke liefde, dan kan het toch niet zo zijn dat er in ons midden (gezinnen, maar ook kerkelijke gemeenschappen) ruzies blijven bestaan die niet opgelost worden. Dat is toch eigenlijk een aantasting, aan aanfluiting van het evangelie dat ons is toevertrouwd.

Als wij zelf leven van Gods onvoorwaardelijke liefde en barmhartigheid, zijn ook wij geroepen om als liefdevolle en barmhartige mensen de ander tegemoet te treden. Mensen te zijn van vergeving en van verzoening. Om zo iets van God te weerspiegelen in de wereld van vandaag.

Amen.

Plaats een reactie