pastor Joost Verhoef: ‘Een muur om Bethlehem’ n.a.v. Lucas 2: 1-20

*  Alle-Dag-Kerk, 24 december 2014  *

Voorganger: pastor Joost Verhoef

‘Een muur om Bethlehem’ n.a.v. Lucas 2: 1-20

Nazareth, Galilea, Bethlehem, Judea…, dwars door dit oude bijbelse land loopt tegenwoordig een muur, of een hek. 700 km afscheiding, metershoog. Nog niet zolang geleden was er een programma over op tv. Over deze muur die Israël en Palestina van elkaar moet afschermen. In Den Haag zeggen ze bij het internationaal gerechtshof dat hij illegaal is, maar Israël trekt zijn schouders op en zegt: Good walls breed good neighbours: goede muren kweken goede buren. De veiligheid die de muur heeft gebracht wordt geroemd. Geen zelfmoordaanslagen meer. ‘I won!’, zegt de bedenker ervan. En je denkt: hoort hij de tijdbom dan niet tikken?

Deze muur, hij leidt tot absurde situaties: een pompstation ligt opeens aan een doodlopende weg; mensen vinden hun huis terug te midden van hoge hekken; dagarbeiders hebben 6 uur nodig hebben om een stukje van hemelsbreed 15 minuten te overbruggen, om vervolgens te werken voor dezelfde mensen die die muur hebben neergezet. Een Israëlische vrouw laat zich meenemen naar de andere kant van de muur. Ze is van goede wil, en heeft altijd goede contacten gehad met haar Palestijnse buren. Maar pas aan hun kant van de muur snapt ze de impact van het gevaarte. Ze zegt: misschien schrik ik er nog wel het meest van hoe het abnormale zo snel gewoon geworden is.

IMG_4927 (1)

En we zien ook een andere vrouw. Ze heeft een souvenirwinkel langs een oude pelgrimsweg in de buurt van Bethlehem. Er komt nauwelijks meer iemand, haar winkel en huis zijn aan drie kanten door de metershoge muur omgeven. En ook daar loopt de oude weg dood. Dan haalt ze uit haar assortiment een souvenir waarvan mijn hart opschrikt. Ze verkoopt namelijk kerststalletjes met dwars erdoorheen… inderdaad, een muur. En ik denk: dat is het dus!

We hebben in het winkeltje bij de kapel in ons ziekenhuis namelijk al jaren zo’n kerststal, het is na al die jaren onze meest geliefde winkeldochter. Want wie koopt er nou zo’n kerststal met een muur erdoorheen. Al die jaren hebben we niet geweten wat het voorstelde. En nu zie ik het op tv. En ik realiseer me: die herders en wijzen uit ons kerstverhaal, of zelfs Maria en Jozef, ze zouden er misschien in onze tijd nooit hebben kunnen komen, bij die stal in Bethlehem. Vanwege die muur. Alleen de engelen hadden eroverheen gekund, maar wat viel er dan eigenlijk nog te bezingen? De vrouw van de souvenirwinkel zegt: “God zelf zal op een dag deze muur weghalen.” Aan haar geloof zal het niet liggen.

Muren, muren, muren… Wat bouwen we ze graag. In families, tussen families (o zo voelbaar tijdens de kerstdagen), tussen buren, tussen buurvolken (voorbeelden te over, niet slechts die in Israël), tussen werelddelen (hoevelen hebben zich niet al stukgebeten op de muur rond Europa?), tussen geloven (geroofde meisjes, vermoorde kinderen, massale slachtpartijen, al dat geweld – en het lijkt niet op te houden). Muren. Niet in de laatste plaats de muren rondom ons eigen hart. Gebouwd om ons eigen gelijk af te schermen, onze gemoedsrust te stillen, onze hoogst persoonlijke lieve vrede te koesteren: allemaal muren. Gelukkig vált er soms ook eentje, zoals 25 jaar geleden in Berlijn. Of zoals vorige week nog tussen Amerika en Cuba.

Of deze, deze viel ook:
Toen zijn moeder zei: “Ik ben het zo moe om mensen te haten,” – zijn moeder – de vrouw van een terrorist, zijn vader dus, die een rabbijn vermoordde en de eerste aanslag beraamde op het WTC in 1993; toen hij zag de tol die de haat bij haar had geëist; toen nam hij een ferm besluit: hij besloot te stoppen met verachten, met haten; hij besluit vanaf nu alleen nog maar aan vrede te willen bouwen. Bruggen wil hij bouwen, geen muren. “Ik ben niet mijn vader”, zegt hij – tegen zijn moeder en daarna tegen iedereen die het maar horen wil.
En wie goed luistert hoort een haatmuur vallen. En wie héél goed luistert hoort ergens in de verte een engel zingen, héél voorzichtig: gloria in excelsis Deo…

En het licht valt op dat ingewikkelde kindje in de kribbe. Sprekend zijn Vader, zo leren we over hem. Ontwapenend, maar daarmee ook o zo kwetsbaar. Uitnodigend. Kom maar. Ja jij ook, en jij ook. Ruimte genoeg. Nee, dit kind houdt niet van muren. Hij sloopt ze waar hij maar kan, en hij bouwt bruggen waar nodig: tussen mensen, tussen volkeren, of ze nu arm of rijk zijn, ziek of gezond. Hij bouwt zelfs een brug naar de hemel. Kom maar. Ja jij ook, en jij ook. Ruimte genoeg.

Een simpel beeld, dat kindje in die kribbe, maar we voelen de luiken en deuren van ons hart opengaan. We voelen het verlangen dat hij in ons wekt. Zó kan het dus ook.

Maar hij heeft ons daarbij nodig – al was het maar dat we de verleiding weerstaan hem voor ons eigen karretje te spannen. Zoals een oude kardinaal vorig jaar zei bij de voorbereidingen op het conclaaf: “er staat in de bijbel: Jezus staat aan de deur en klopt. En we denken dan altijd: hij wil bij óns binnen komen. Maar hebben we er wel eens aan gedacht dat Jezus soms ook naar buiten wil, uit de benauwenis waarin wij hem opgesloten houden?”

Het was deze kardinaal die begin dit jaar, nu in het wit gekleed en inmiddels gekozen tot pontifex maximus – opperbruggenbouwer, aan die bewuste muur bij Bethlehem stond. Met zijn hand op de muur in stil gebed. Het kost niet heel veel moeite te bedenken wat hij daar gebeden heeft.

Laten we het met hem meebidden. En laten we ons intussen verheugen telkens waar er een muur valt en waar er bruggen worden gebouwd – tussen families, tussen buren, tussen volken, tussen werelddelen, tussen gelovigen, bruggen van hart tot hart; telkens als dát gebeurt (ik weet het zeker) springt er een engeltje op en zingt: Gloria in excelsis Deo. Dus laten we daarmee doorgaan (muur na muur; brug voor brug), tot het waar wordt – zelfs op die plekken waar we het het minst voor mogelijk houden; tot het waar wordt en het hele hemelse leger van engelen in zingen uitbarst: Eer aan God in de hoogste hemel en vrede! op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.
Amen

Plaats een reactie