pastor Joost Verhoef: ‘Effata’, ga open! n.a.v. Marcus 7: 31-37

*  Alle-Dag-Kerk, 7 oktober 2015  *

Voorganger: pastor Joost Verhoef, Amsterdam

‘Effata’, ga open! n.a.v. Marcus 7: 31-37

Mensen die doof zijn of slechthorend, ze worden niet zelden behandeld of ze daarom ook niet wijs zijn. Ze hebben daarom vaak niet alleen te lijden van de handicap zelf, maar ook van de manier waarop mensen daarmee omgaan. Dat is overigens lang niet altijd toe te schrijven aan kwade trouw. Soms komt het ook voort simpelweg uit de onmacht; onmacht van beide kanten om duidelijk te maken wat je bedoelt.

Het gebeurt bijvoorbeeld ook met mensen die door een hersenbloeding met stomheid zijn geslagen. Ik merk het ook bij mezelf, die keren dat ik zelf in mijn werk in het ziekenhuis bij iemand zit die de macht over zijn spraak verloren heeft. De machteloosheid komt dan vaak van twee kanten.

Ik herinner me een vrouw die heel heftige klanken uitstootte, terwijl ze me indringend aankeek. Ik zei hulpeloos dat ik haar niet begreep. Naast ons in de kamer zat een andere vrouw in een rolstoel. “Mevrouw wil haar vest aan,” zei ze tegen mij. Ik zag toen aan het gezicht van de zieke dat haar tolk gelijk had, en haalde haar vest voor haar. Daarop maakte ze weer geluiden. Onzeker keek ik maar weer naar de buurvrouw. Die zei: “Ze wil u bedanken.”

Ze had genoeg aan minder dan een half woord, deze buurvrouw, om haar te verstaan. Ze verstond haar omdat ze had leren luisteren. Zoals ook een echtgenoot, een dochter, een zuster leert luisteren naar zo’n sprakeloze patiënt. Gaandeweg leren ze luisteren en op den duur hebben ze genoeg aan een half woord om te verstaan. Goede luisteraars laten stommen spreken. ‘Effata!’, ‘ga open!’.

Mensen die gevangen zitten, opgesloten doordat ze niet kunnen communiceren, dat is iets van alle tijden. Het verlangen naar bevrijding is dat ook. En dat is wat Jezus vandaag doet aan die naamloos gebleven man. Marcus beschrijft het tot in de details. Jezus neemt de man naar buiten de kring. Waarschijnlijk wil hij geen sensatie, geen aandacht voor zichzelf. Hij concentreert zich helemaal op deze man. En dan raakt hij zijn oren aan en zijn tong. Met speeksel raakt hij zijn tong aan. Want aan speeksel werd genezende kracht toegekend.

En zo geneest Jezus. Is het suggestie? Wie zal het zeggen. In elk geval is het gebaseerd op een vertrouwvolle relatie tussen deze geneesheer Jezus en de patiënt. Hij spreekt een bevelend woord: Effata! En met een liefdevol gebaar, vanuit een gezag dat blijkbaar op hem rust, en op biddende wijze geneest hij hem: in het besef dat genezing niet uit eigen kracht komt, maar van God komt. Gods genade is aan het werk, door de handen en het woord van Jezus. Hij is Gods werktuig, in de meest eerbiedige zin van het woord.

En zo kunnen wij dat ook zijn. Want of er nu genezing komt door een opbeurend compliment, of door het geduldig aanhoren van de klacht, of door een kuur met kruiden of pillen, of door een kusje op de zere knie, het zijn allemaal tekenen van God, bemiddeld door mensenhanden en mensenharten. Hartelijk contact alleen al kan genezend zijn. Aangeraakt worden door warme belangstelling kan doofheid wegnemen en tongen losmaken. ‘Effata!’ Ga open!

Genezing kan op vele manieren komen, net zoals mensen op vele manieren doof kunnen zijn, stom kunnen zijn. Een mens kan bijvoorbeeld zó geslagen zijn door het leven, dat iemand dichtklapt, niemand meer vertrouwt, ja, verdoofd is van verdriet. Een mens kan zó met zichzelf bezig zijn, dat hij niet meer kan luisteren naar een ander. Hoeveel gesprekken lopen daar niet op stuk: de een hoort niet meer wat de ander zegt, praat alleen nog maar over zichzelf. En anderen bijten weer liever hun tong af dan dat ze iets zeggen, bang voor de veroordeling en afwijzing die ze overal ontmoeten. Soms ook horen mensen de stem van God niet meer in hun binnenste, zijn ze doof voor de roepstem die hen tot hun bestemming zou kunnen brengen.

‘Effata’, ga open! zucht Jezus. Tot die ene doofstomme, maar ook tot al die verstopte oren en verkilde harten die anderen parten spelen. Hij zegt het tegen alle machten die een mens gesloten houden. Tegen de machten die maken dat we onze grenzen sluiten. Effata: het woord werkt als die foto van dat driejarige jongetje op het strand in Turkije – de foto schreeuwt het uit: ga open!

‘Effata’, in de doopliturgie wordt het tegen de dopeling gezegd. De pastor raakt dan de oren, de ogen, de mond van de dopeling aan en bidt: Ga open voor het leven. Voor wat het je bieden zal, voor wat het van je vragen zal. Ga open voor de mensen om je heen, en voor God die tot je spreekt in zoveel, maar vooral in de liefde. ‘Effata’, een opdracht voor het leven, maar minstens evenzeer een uitnodiging aan ons allemaal om daar een leven lang verder in te groeien. ‘Effata!’ Ga open!

Plaats een reactie