pastor Joost Verhoef: ‘Haat is gemakkelijk, voor liefde heb je moed nodig’ n.a.v. Matteüs 10: 17-22

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 14 december 2016  *

Voorganger: pastor Joost Verhoef, Amsterdam

‘Haat is gemakkelijk, voor liefde heb je moed nodig’ n.a.v. Matteüs 10: 17-22

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar na het horen van deze woorden van Jezus zijn bij mij alle kerstklokje-klingeling-achtige gedachten in een keer weg. Ik moet hierdoor denken aan twee traditionele herdenkdagen vlakbij de viering van het kerstfeest. Op tweede kerstdag wordt de eerste martelaar herdacht: Stefanus, die omwille van zijn geloof in Jezus gestenigd wordt. En op 28 december vieren we het feest van de Onnozele kinderen. Of, ja, vieren, wat valt er eigenlijk te vieren als we gedenken dat koning Herodes uit schrik voor het pasgeboren kindje Jezus alle kleine jongetjes in zijn rijk laat vermoorden? Eigenlijk zijn zij de eerste martelaren om Jezus. Wat gebeurt hier toch? Wat maakt dat de geboorte van dit hulpeloze goddelijke kindje zoveel geweld wakker roept bij anderen. Redeloos geweld, angstaanjagend geweld, moedeloos makend geweld.

Wat daar ook het antwoord op is, we moeten in elk geval vaststellen dat het niet is opgehouden, dit geweld omwille van Jezus. De eerste eeuwen na Christus gingen gepaard met massale vervolgingen. En dat is altijd doorgegaan, zij het dat christenen later ook nogal eens hun eigen Christus verloochenden door anderen geweld aan te doen – en soms fors ook. Maar eenieder die het nieuws volgt kan er niet omheen: de laatste jaren treft het geweld ook weer veel christenen. Niet zozeer in onze buurt, maar de rij landen waar volgelingen van Jezus vermoord worden omwille van hun geloof is veel te lang om hier op te noemen. Misschien herinnert u zich dan nog de naam van père Jacques Hamel, die dit voorjaar tijdens het vieren van de mis werd vermoord. En kent u pater Frans van der Lugt nog. Zijn naam is al wat weggezakt, er is daarna alweer zoveel gebeurd. Maar toch was het pas twee jaar geleden dat hij werd vermoord. Trouw aan zijn mensen (wat hun geloof ook was) bleef hij in Homs in Syrië terwijl de burgeroorlog woedde en woedde. Zijn goedheid maakte hem kwetsbaar. Hij wist het – als volgeling van Jezus wist hij dat maar al te goed.

De Onnozele kinderen, Stefanus en pater Frans en père Jacques, ze omvatten twintig eeuwen van onschuldig vergoten bloed. Zoals dat ook voor Stefanus al gebeurde en na père Jacques is doorgegaan. Ik herinner me die kindjes in Syrië die voor de ogen van hun vader werden vermoord, omdat ze – zo klein als ze waren – volhielden dat Jezus altijd bij hen was en dat ze daaraan vasthielden – zelfs als dat eenvoudige geloof genoeg was om ze te vermoorden.

Ik voel me er zelf onnozel bij, een onnozel kind, bij zoveel geloof.

Maar wat het me ook bijbrengt: we hebben meer te kiezen dan het lijkt. Hoe jong of hoe oud we ook zijn. En zelfs in de meest benarde situaties, of misschien wel juist dan (ook al denk ik wel: wat weet ik daar eigenlijk van). We kunnen kiezen. De stenen die gebruikt worden om Stefanus te stenigen, we kunnen ze ook gebruiken om een herberg, of zelfs maar een stal van te bouwen. De woorden waarmee we elkaar mishandelen, we kunnen ze ook gebruiken om elkaar mee lief te hebben en te koesteren. En als het gaat om God die groot is: Hem kunnen wij niet groter prijzen, dan door Hem te herkennen in dit kwetsbare kind van kerstmis. En door in hem, in dat kind, te herkennen al wie en al wat kwetsbaar is – wie arm is, of op de vlucht, of zonder werk, of zonder zinvolle relatie; wie alleen is, of ziek, of zonder dak boven ’t hoofd, of geminacht. Verdrietig. Al die hulpeloze heilige kinderen, die wij soms ook zelf zijn. Laten we dan trouw blijven, en zorgzaam, en liefdevol en met mededogen. En moedig.

‘Hate is easy, love takes courage’, las ik ergens. Haat is gemakkelijk, voor liefde heb je moed nodig. Die moed zie ik bij Stefanus, bij pater Frans, père Jacques en zeker ook bij die kleine Syrische kinderen. Het maakt me stil en bestormt me met 1000 vragen. Wie is hij toch, dit kindeke dat geboren is op aard? Wie is hij toch, over wie we straks samen zingen: O kom, o kom Immanuel ? Wie is hij… voor ons? Misschien kunnen we proberen, te midden van het alom aanwezige kerstlawaai om ons heen, af en toe een momentje stil te zijn, om daarover na te denken. Dat wens ik ons allemaal toe. Op weg naar een zalig en gezegend kerstfeest.