Korte overdenking (nr.5): ‘Volharding en compassie’, ds. Bas van der Graaf (n.a.v. 1 Korinthiërs 1: 3-7)

*  Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Podcast nr. 5 Volharding en compassie, 13 januari 2021  *

door ds. Bas van der Graaf

Welkom bij deze podcastserie van de Alle-Dag-Kerk over het thema ‘Volharding’. In 5 af­leveringen staan we stil bij de vraag wat het Bijbelse woord ‘volharding’ betekent en hoe het ons in deze tweede lockdown kan helpen om moed te houden en gaande te blijven.

Vandaag aflevering vijf met als thema: Volharding en compassie.
Het zijn gedachten uit Paulus’ eerste brief aan de Korinthiërs, hoofdstuk 1: 3-7

Volharding en compassie

Als we íets nodig hebben in deze moeilijke tijden dan is het wel compassie. Compassie met ons zelf, compassie met elkaar.

Compassie. Het is een veel gebruikt woord vandaag de dag. Maar wat betekent het eigen­lijk? Als je het Latijnse woord com-passie letterlijk vertaalt betekent het: (mee)lijden mét. Medelijden dus.

Maar als we dat woord medelijden gebruiken, komt er meteen iets ingewikkelds om de hoek kijken. Medelijden heeft in onze taal toch een beetje de klank gekregen van: de ander zielig vinden vanuit het gevoel dat jíj gelukkig buiten schot bent gebleven. Mede­lijden kan een beetje uit de hoogte gebeuren. Maar dat is niet wat compassie is. Compassie is echt: délen in het lijden van een ander. Je ermee vereenzelvigen, voelen wat die ander voelt, solidair zijn, méélijden met die ander. Niet van een afstand, niet uit de hoogte, maar van heel dichtbij. In dat soort mee-lijden, in die com-passie, zit heel veel troost. Je voelt je erdoor begrepen en gezien, je voelt je erdoor gedragen en het geeft je kracht om vol te houden, te volharden.

De zinnen die de apostel Paulus aan zijn lezers in Korinthe schrijft zijn letterlijk vol van deze compassie. Hij schrijft er létterlijk over, maar je voelt ook hoe de compassie zijn woorden helemaal doortrekt.

Zowel zijn lezers als hijzelf bevinden zich in een situatie die hij ellendig noemt. ‘In al onze ellende,’ schrijft hij in vers 4, ‘ondervinden we tegenspoed’, schrijft hij vers 6. Of Paulus zelf ook in de ellende zat is niet helemaal duidelijk, maar zeker is dat hij de el­lende van de Korinthiërs ‘onze ellende’ noemt. Dat is compassie: de ellende van de ander tot jouw ellende maken. Verbonden zijn in ellende, elkaar daarin vasthouden. Daar zit al heel veel troost in.

Maar nu komt het bijzondere: Paulus gelooft dat de compassie die hij en zijn lezers voor elkaar hebben, verbonden is met een nog veel grótere compassie, namelijk die van Jezus Christus. Moet je horen wat hij in vers 5 schrijft: ‘Zoals wij volop delen in het lijden van Christus, zo delen wij volop in de troost die God ons door Christus geeft.’ Hoor je wat hij zegt? Wij delen in het lijden van Christus! Onze ellende – dat is wat hij zegt – staat niet op zichzelf, maar is verbonden met het veel grotere lijden dat Jezus moest onder­gaan.

Waarom zegt hij dat? Nou, omdat hij gelooft dat dit lijden van Jezus de uitdrukking was van zijn oneindige compassie met ons! In zijn lijden verbond Jezus zich op een ongekende manier met alle menselijke ellende die we ons maar kunnen voorstellen. Even concreet: wat Jezus overkwam in zijn leven was geen toeval, maar een bewuste keuze om solidair te zijn met onze menselijke nood.

De tegenstand en het verzet die hij ondervond, de verwerping door zijn eigen volk, het verraad door zijn vrienden, de vernederingen en de martelingen die hij onderging en uiteindelijk de afschuwelijke dood aan een Romeins kruis: in al dit lijden verbond hij zich met ons menselijke lijden. Zo heeft hij deel aan ons lijden en hebben wij deel aan het zijne. Dat is wederzijdse compassie in de diepste zin van het woord.

Ik kan me voorstellen dat je nu denkt: dit is groter dan ik kan bevatten. Niet zo gek, want dat ís het ook. Maar misschien helpt het om het concreet te maken naar de situ­atie nu. Wie heeft compassie met ons in deze lockdown? Hopelijk hebben we het echt met elkaar. Dat je gelooft en voelt: jouw ellende is mijn ellende, jouw lijden is mijn lij­den. Dit is ónze ellende, we staan er niet alleen voor.

Maar is de diepste troost in deze tijd niet dat God zich in Jezus met de huidige crisis verbindt? Dat hij in de diepste zin van het woord compassie met ons heeft, dat hij deelt in de verliezen die we lijden, de beperkingen die we ervaren, de eenzaamheid die we ondergaan, de depressie die ons soms overvalt? Als we zo delen in het lijden van Christus en hij in dat van ons, dan ervaren we hopelijk ook de troost en de bemoediging waar Paulus over spreekt. ‘In al onze ellende geeft hij ons moed’, schrijft hij, ‘zodat wij door de troost die wijzelf van God ontvangen, anderen in hun ellende moed kunnen geven.’ En : ‘Zoals wij volop delen in het lijden van Christus, zo delen wij volop in de troost die God ons door Christus geeft.’ En dan ook: ‘Worden we bemoedigd, dan is het opdat u de moed krijgt om te volharden in hetzelfde lijden als wij ondergaan.

Daar is dat woord volharding weer. Volhouden, het eronder uithouden in deze crisis. Hoe? Door het besef dat God in Jezus compassie met ons heeft. Dat hij mensen moed geeft om het vol te houden en om op hun beurt weer compassie te hebben met ande­ren. Want dat is het geheim van volharding in bijbelse zin: deze wordt gevoed door de compassie die God met ons heeft en door de compassie met elkaar. We zijn niet alleen in deze ellende. Er is compassie met ons lijden. Daarom volharden wij.
Daarom houden we vol!

»«