prof. dr. A. P. L. Bodar: ‘Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?’ n.a.v. Spreuken 31: 10-13

*  Alle-Dag-Kerk, 12 november 2014  *

Voorganger: prof.dr. Antoine Bodar

‘Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?’ n.a.v. Spreuken 31: 10-13

‘Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?’ Zo luidt de vraag in het boek Spreuken (31,10) waarop in enen de kenschetsing van een dergelijke vrouw volgt (31,17): ‘Zij omgordt haar lenden met kracht en maakt haar armen sterk.’ Wie is zo’n vrouw? Zij die geestelijk en misschien ook lichamelijk flink is, die schrander is en met omzichtigheid te werk gaat. Zij is voorzichtig maar tevens onbevreesd. Haar schoonheid treedt van binnen naar buiten. Zij volgt haar geweten en draagt haar verantwoordelijkheid. In de Joodse Bijbel, het Oude Testament, leren we zulke vrouwen kennen, al zijn de door haar aangehouden normen niet steeds meer de onze – althans niet vanuit het christelijke gezichtspunt.

Laten we de vijf vrouwen in de stamboom van Jesus, opgeschreven door de evangelist Matteüs (1,1-17), eens nagaan. (De Advent nadert immers. De elfde van de elfde is voorbij – Sint Maarten – eertijds in de Middeleeuwen het begin van de Advent.)

Onder het Oude Verbond zijn het Tamar, Rachab en Ruth – alle drie met de eigen naam genoemd – en Batseba, niet aangeduid met de eigen naam maar met die van haar eerste man Uria.
Onder het Nieuwe Verbond is het Maria, opgenomen in de lijst van drie maal veertien geslachten langs de lijn van haar echtgenoot Joseph.
Wie zijn die vrouwen en hoe verhouden zij zich tot andere vrouwen in Gods raadsbesluit, nog verborgen in het Oude Testament, maar tot vervulling gebracht in het Nieuwe Testament in de Verlosser van de mensheid, de verwachte Messias, de gekomen Mensenzoon, Jezus de Christus?

II
Tamar baarde aan haar schoonvader Juda, de oudste zoon van aartsvader Jacob, de tweeling Peres en Zerach door zich jegens hem te hebben voorgedaan als veile vrouw die haar gezicht bedekt hield (cf. Gn 38). Op die wijze verkreeg zij alsnog waarop zij als weduwe recht had.

Rachab was herbergierster in Jericho en tevens vrouw van lichte zeden, bij wie Israëlische verspieders hun intrek hadden genomen om zo voorbereid de stad te kunnen innemen. Bij de val van Jericho werden zij en haar familie gespaard omdat zij de verkenners niet had verraden (cf. Joz 2 &6). Aan Nachson baarde zij Salma die op zijn beurt Boaz verwekte die Ruth zou huwen (cf. 1 Kr 2,11; Rt 4).

Was de Kananitische vreemdelinge Rachab een schrandere vrouw die had ingezien dat de God van de Joden de ware is zowel in de hemel als ook op de aarde (cf. Joz 2,11), in de Moabitische vreemdelinge Ruth, wier eerste eigenschap trouw was, voltrok zich nader Gods verborgen leiding met het uitverkoren volk. Als weduwe begeleidde zij haar schoonmoeder Noömi vanuit de vlakte van Noab naar Bethlehem (cf. Rt 1,6.19). Daar bleef zij haar schoonmoeder verzorgen en begon op het land van Boaz aren te lezen achter de maaiers en hij, de landeigenaar, was goed voor haar (cf. Rt 2). Nu eerst zou blijken dat Boaz familieverpichtingen had jegens Ruth van de zijde van haar schoon-familie. En zo na verdere omwendingen in haar leven kon Boaz haar nemen tot zijn vrouw. En het volk prees haar en getuigde (Rt 4,11): ‘Jahweh make de vrouw die uw huis binnentreedt een Rachel en een Lea die samen het huis van Israël hebben gebouwd.
Word machtig in Efrata en vestig uw naam in Bethlehem.’
Ruth baarde Boaz Obed, de vader van Isaï (Jesse), de grootvader van David
(cf. Rt 4,21-22; 1 Kr 2,12).

Tamar en Rachab en Ruth, vrouwen die met overleg te werk zijn gegaan – drie beelden van de sterke vrouw (Spr 31,26-26): ‘Kracht en luister zijn haar gewaad en zij ziet lachend de komende dag tegemoet. Zij opent haar mond en zij spreekt wijsheid. Van haar tong komen liefelijke lessen.’

En de niet door Matteüs bij de naam genoemde Batseba die David Salomo zou baren? Zij heeft niet zelf kunnen handelen. Over haar is beschikt (cf. 2 S 11-12).
De koning had haar genomen en toen zij zwanger bleek en haar echtgenoot Uria, de plichtsgetrouwe dienaar, daarachter zou komen, stuurde David hem de dood van het slachtveld in. De profeet Natan las daarop de koning de les. Inzicht bracht berouw en berouw bracht vergeving, hoewel de straf niet zou uitblijven. Het kind van Batseba en David werd ziek en stierf. De koning aanvaardde zijn straf en wist getroost. Hij legde zich bij Batseba en sliep met haar. En zij baarde een zoon en David noemde hem Salomo en Jahweh had het kind lief.

Vier vrouwen uit de Joodse Bijbel – vrouwen uit het midden van het leven die de rouwheid van het menselijke bedrijf hebben ervaren en aan wie evenmin werd bespaard wat nog steeds mensen overkomt, zoals het verlies van echtgenoot en kinderen.
Mensen die het eigen lichaam te koop aanbieden. Vreemdelingen, zoals Rachab en Ruth. Personen die listen niet schuwen om het eigen doel te bereiken. Niettemin allemaal typen in de geslachtslijst van Jezus. God gebruikt – zo blijkt – eenieder om Zijn heilsplan te voltrekken. Dat zou evenwel veranderen onder het Nieuwe Verbond.

III
‘De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze. Toen Zijn moeder Maria verloofd was met Joseph, bleek zij, voordat ze gingen samenwonen, zwanger van de Heilige Geest.’ Aldus rechtvaardigt Matteüs de geslachtslijst van ‘Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham (1,18.1).
Hoe is Maria in verwachting geraakt?
Lucas verhaalt hoe de engel Gabriël bij haar was binnengetreden in het stadje Nazareth in Galilea (1,30-32): ‘Vrees niet, Maria; want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen die gij de naam Jezus moet geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken.’
‘Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?’, vraagt Maria
(Lc 1,34-35): ‘De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig worden genoemd, Zoon van God.’

Maria bekroont als sterke vrouw de eerdere onder het Oude Verbond. Door Gods genade is zij beeld en voorbeeld van geschonken kracht, de zetel van de Wijsheid Die haar Zoon is, de Moeder Gods.
Zo vangt in haar en in haar schoot het Nieuwe Verbond aan.

En wij? Wij op ons dagelijkse niveau – wat kunnen wij elke dag van haar leren?
Aan de engel had ze geantwoord (Lc 1,38): ‘Mij geschiede naar uw woord.’
Zij had haar wil uit handen gegeven om zich te voegen in de wil van God – precies zoals wij dagelijks belijden in het Onze Vader (Mt 6,10): ‘Uw wil geschiede.’
De sterke vrouw (Spr 31,20.29.31): ‘Zij opent haar hand voor de behoeftige en strekt haar armen uit naar de misdeelde.’ ‘Veel vrouwen hebben zich wakker gedragen, maar gij overtreft haar alle.’ ‘Bejubelt haar om de vrucht van haar handen.’
Bejubelt haar, Maria, om de vrucht van haar schoot.

 

Reactie ( 1 )

  1. Beantwoorden
    R says:

    Alle-Dag-Kerk, 12 november 2014 *prof. dr. A. P. L. Bodar: ‘Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?’ n.a.v. Spreuken 31: 10-13 schrijft in zijn preek het volgende: “Tamar baarde aan haar schoonvader Juda, de oudste zoon van aartsvader Jacob.
    Juda is toch niet de oudste zoon van Jacob?

Plaats een reactie