prof.dr. Eric Cossee: ‘DE BREDE EN DE SMALLE WEG’, n.a.v. Matteüs 7: 13,14

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 1 februari 2017  *

Voorganger: prof.dr. Eric Cossee, Rotterdam

DE BREDE EN DE SMALLE WEG n.a.v. Matteüs 7: 13,14

Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden. (Matt. 7: 13,14).

Het beeld van de brede en de smalle weg heeft de eeuwen door tot de verbeelding van mensen gesproken. De schilder- en tekenkunst heeft al sinds de tijd van Jeroen Bosch daar vele voorbeelden van getoond. Maar het meest bekend is toch wel die bontgekleurde zondagsschoolprent, die je meteen te zien krijgt als je dit onderwerp aanklikt op Google. Velen van U zullen deze nog wel van vroeger kennen. Je ziet daarop twee berghellingen, door een diepe kloof van elkander gescheiden. Over de linker berghelling loopt de brede weg. Het is er druk en gezellig, met hele uitbundige gezelschappen, die zwieren van herberg naar danslokaal, van schouwburg naar schiettent en aan wier pret en plezier geen einde lijkt te komen. De oplettende beschouwer van de prent ziet echter dat deze brede weg heen voert naar vuur en zwaveldamp, naar de verzengende gloed van het hellevuur. Op het smalle pad over de rechter berghelling is het rustig en stil. Slechts enkelingen zijn daarop te vinden, zedig gekleed, en hun enige vermaak bestaat uit een evangelisatietent, een zondagsschoollokaal, een diaconessenhuis en een eenzaam kapelletje. Maar hun pad voert uiteindelijk naar de gouden hemelstad, het eeuwige Jeruzalem, waar de zaligen juichen voor Gods troon.

Je kunt wat glimlachen over zoveel naïveteit die deze voorstelling van zaken ten toon spreidt. Maar bij nadere beschouwing zit er toch wel enige diepzinnigheid in. Want over de kloof die de brede van de smalle weg scheidt, ligt een enkel bruggetje. Daarover snellen een paar mensen in twee richtingen van de brede naar de smalle weg, vice versa. Kennelijk zijn er op beide wegen spijtoptanten, die toch liever het andere pad hadden begaan. Op dit punt geeft deze oude zondagsschoolprent een realistisch beeld van de menselijke ambivalentie, van ons aller dubbelzinnigheid. Blijkbaar is een radicale keuze toch voor velen heel moeilijk. Lijkt de smalle weg een steil en fantasieloos pad te zijn, de brede weg valt uiteindelijk ook niet mee. De weg van de zonde gaat uiteindelijk vervelen; na de roes komt altijd weer de kater en wie uit deze kringloop verlost wil zijn, zoekt uiteindelijk naar andere wegen.

Het bijbelse beeld van de brede en de smalle weg laat ons een tweestrijd zien, die het hele leven met ons meegaat. Ik denk daarbij aan de dichtregels van Vasalis: ‘Ik wil muziek voor oude mensen die nog krachtig zijn, / die bezaten en verloren, / die de wellust kenden en de pijn. / En als er wijsheid is, die geen vermoeidheid is / en helderheid, die geen versterving is, / wil ik die zien, wil ik die horen. / En anders wil ik zot en troebel zijn’. Einde citaat. In deze woorden geeft Vasalis aan dat mensen op twee manieren kunnen reageren op voorspoed en tegenspoed, op goede en op kwade dagen. Men kan vluchten in de roes, of men kan kiezen voor bewustwording. Vaak lijken de roes, de vergetelheid, het vermaak en het vertier van de brede weg ons soelaas te bieden. Maar het is altijd slechts van korte duur. Wie op moeilijkheden of tegenslag, wie op lijden en beproeving telkens reageert met de vlucht in de vergetelheid, begeeft zich op de brede weg naar de ondergang. Je raakt steeds meer van jezelf en je werkelijke beweegredenen vervreemd.

Maar je kunt ook de smalle weg begaan, of, zoals Vasalis zegt, die van de wijsheid ‘die geen vermoeidheid is’ en van de helderheid ‘die geen versterving is’. Veel wijsheid is inderdaad doodvermoeiend. Het zijn vaak niet meer dan goedbedoelde platitudes. Ook komt veel helderheid neer op versterving, een afzien van of een zich onthouden van. Dat zijn geen aantrekkelijke perspectieven. Maar Vasalis noemt nu juist wijsheid en helderheid die niet vermoeid of verstorven zijn, bij mensen die ‘de wellust kennen en de pijn’. Die weet hebben van bezitten en verliezen. Wijsheid en helderheid die recht doen aan de volheid van leven met al haar contrasten. Vasalis vraagt om die bewustwording die oude mensen nog krachtig doet zijn – en als dat alles niet mogelijk is, ja dan maar de roes, dan ‘wil ik zot en troebel zijn’, schrijft zij. Gedichten kunnen soms, in de onontwarbare kluwen van onze emoties, de zaken op scherp stellen.

Bijbelteksten doen dat ook. In het beeld van de brede en de smalle weg wordt een krachtig beroep gedaan op onze bewustwording. Uiteindelijk gaat het om de vraag of wij geleefd willen worden dan wel ons leven willen leiden. Veel mensen verschuilen zich achter hun emoties. Zij kunnen er niets aan doen dat zij zich zo depressief voelen. Zij hebben nu eenmaal zo’n nare jeugd gehad. Of zij zijn altijd ondergewaardeerd geweest in hun werk. Of hun partner heeft hen eigenlijk nooit goed begrepen. Al dergelijke emoties kunnen ons leven overwoekeren. Maar gevoelens hebben niet het laatste woord in ons leven. Uiteindelijk gaat het om de bewustwording van waar het wérkelijk op aankomt, de innerlijke discipline die ons doet voegen naar het Woord van God.

In psalm 119 waaruit wij zongen staat geschreven over God: ‘Gij hebt ons hart Uw orde opgelegd / opdat wij die met ijver onderhouden’. Als het Woord voor ons nog enige zeggingskracht heeft, dan is het door die orde van Gods liefde en genade, dat wij met andere blik tegen ons leven kunnen aankijken. De smalle weg is dan niet meer een benepen, bochtig bergpaadje maar een innerlijke weg tot bewustwording. De brede weg hoeft dan niet meer ten verderve te voeren, maar doet verlangen naar ‘wijsheid die geen vermoeidheid is’ en ‘helderheid die geen versterving is’. Hoe verwarrend en ontmoedigend ons leven bijtijden ook mag zijn, ons is gegeven een lamp voor onze voet en een licht op ons pad waardoor het mogelijk is om de eerste stap naar bewustwording te zetten. Dan zijn wij niet langer zondaar, maar zien wij die zon daar, dat licht van Gods genade. Of, met de woorden van de dichter Jan Wit waarmee wij straks besluiten:
‘Waar God de Heer zijn schreden zet / daar wordt de mens van dwang gered / weer in het licht geheven […] Zijn Geest weerstaat de valse schijn / en schrijft in harten het geheim / van ‘s Vaders grote daden. / Zo leven wij om Christus’ wil / te allen tijd gerust en stil / alleen van zijn genade’.

Amen

Plaats een reactie