prof.dr. Eric Cossee: ‘de gewonde genezer’, n.a.v. Jesaja 53: 4

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 25 maart 2015  *

Voorganger: prof.dr. Eric Cossee, Rotterdam

DE GEWONDE GENEZER
‘Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam’. (Jesaja 53: 4)

Er is een oude Joodse legende die verhaalt van de komst van de Messias.
Rabbi Jozua ben Levi kwam eens bij de profeet Elia met de vraag: ‘Wanneer zal de Messias komen?’ Elia antwoordde: ‘Ga het hem zelf vragen’. – ‘Waar is hij?’ – ‘Hij zit bij de stadspoort’. – ‘Hoe zal ik hem herkennen?’ – ‘Hij zit daar tussen de armen die met wonden bedekt zijn. Terwijl zij al hun wonden tegelijk aan het verbinden zijn, verbindt hij bij zichzelf er maar één, want, – zegt hij tegen zichzelf – ik moet mij beschikbaar houden voor als een ander mij nodig heeft’. Rabbi Jozua ben Levi herkende zo de Messias en zei tegen hem: ‘Vrede zij U, mijn meester en leraar’. De Messias antwoordde: ‘Vrede zij U, zoon van Levi’. Deze vroeg: ‘Wanneer zal de Messias komen?’ – ‘Vandaag’, antwoordde hij. Rabbi Jozua keerde terug naar Elia, die hem vroeg: ‘Wat heeft hij jou gezegd?’ ‘Hij heeft mij voorzeker bedrogen, want hij zei: “Vandaag kom ik”, en hij is niet gekomen’. Elia zei: ‘Dit is wat hij jou verteld heeft: “Vandaag, als je naar Zijn stem zou luisteren”’.

De pastoraal theoloog Henri Nouwen vertelt ons deze legende in zijn boekje The Wounded Healer – ‘De Gewonde Genezer’, een boekje dat gaat over pastoraat in deze tijd. Wil de pastor vandaag de dag nog herkenbaar zijn, dan zal hij ook de verwondingen van deze tijd aan den lijve moeten ervaren. Hij zal verder moeten gaan dan de professionele rol en zichzelf dienen open te stellen als een medemens die dezelfde wonden kent als waaraan anderen lijden. Maar zijn mensen tot een dermate grote compassie in staat? Het is goed dat de kerken in de aanloop naar Pasen ieder jaar de z.g. veertigdagen-tijd kennen, waarin bezinning op beproeving en lijden centraal staat, zoals Jezus veertig dagen beproefd werd in de woestijn. Vroeger werd deze periode van bezinning de ‘lijdenstijd’ genoemd. Maar hoeveel mensen zullen zich hier nog door laten aanspreken?

Wij zijn de openheid naar het lijden verleerd. De Leuvense filosoof Herman de Dijn betoogde in zijn afscheidscollege hoe wij van een ‘mysteriesamenleving’, waarin het lijden centraal staat, zijn overgegaan naar een ‘probleemsamenleving’, waarin het geluk centraal staat. In de mysteriesamenleving wordt het lijden geritualiseerd, wordt het leven aanvaard zoals het is met zijn pijn en lijden en kan door riten en symbolen een plaats aan het lijden worden gegeven. In de probleemsamenleving wordt alles wat het geluk in de weg staat tot een probleem gemaakt, dat opgelost moet worden. Niet het leven zoals het is, maar de maakbaarheid van geluk en welzijn staan centraal. Nu is verzachting of bestrijding van het lijden uiteraard een goede zaak, maar met het onontkoombare lijden weten wij slecht raad.

Om nog eenmaal Henri Nouwen te citeren: ‘Om aan te kondigen dat de Messias tussen de armen zit en dat de wonden tekenen van hoop zijn en dat vandaag de dag van verlossing is, dat is een stap die erg weinigen kunnen zetten. Maar dit is wel precies de verkondiging van de gewonde genezer: De Messias komt – niet morgen, maar vandaag, niet volgend jaar, maar dit jaar, niet nadat al jouw leed is voorbijgegaan, maar midden in de misère, niet op een andere plek, maar juist hier waar wij staan. Als wij dat vandaag zouden herkennen en erkennen, dan zouden wij Zijn stem hebben verstaan’.

De gewonde genezer is de lijdende dienaar van de Heer, zoals deze door Jesaja in schrille termen en tegenstellingen wordt beschreven. Wat is de reden waarom deze onschuldige rechtvaardige moet lijden? Wat is dat voor een God die zijn dienaar kastijdt? Wat wordt er bedoeld met die woorden: ‘Maar de wandaden van ons allen liet de Heer op hem neerkomen’?
(Jes. 53:6 slot). Men heeft dit vaak uitgelegd als het ‘plaatsvervangend lijden’: de straf die wij voor onze zonden verdienen, maar die wij door diezelfde zonde niet kunnen dragen, wordt door de lijdende dienaar, wordt door Christus aan het kruis in onze plaats voldaan. Maar een dergelijke gedachteconstructie spreekt velen in deze tijd niet meer aan. Wij zijn autonome, zelfstandige, mondige mensen geworden die willen opkomen voor hun eigen verantwoordelijkheid. ‘Plaatsvervangend lijden’ is ook eigenlijk een onmogelijkheid. Bestond het maar, dan zouden wij anderen veel leed kunnen besparen. Maar een ieder ontkomt niet aan eigen kruis.

Juist die onontkoombaarheid van het lijden maakt dat wij er ons in moeten verdiepen. In het apocriefe Evangelie van Thomas staan de zinrijke woorden: ‘Gezegend de mens die geleden heeft, hij heeft het Leven gevonden’ (logion 58). Dit lijkt een uitspraak die met zichzelf in tegenspraak is, maar lijden brengt ons dichter bij de werkelijkheid van het leven, dat altijd paradoxaal is. Wie beide toelaat, licht en donker, vreugde en verdriet, leert de diepte van het leven kennen. Zelfs als mij persoonlijk veel leed bespaard wordt, kan ik mij openen voor het lijden van de medemens. Zo leer ik het leven kennen dat groter is dan mijn eigen tijdelijke individuele bestaan, en leer ik mij met dat grotere leven verbonden voelen. Pas als ik dat lijden volledig accepteer en ophoud mij daartegen te verzetten, het te ontkennen of ervoor op de vlucht te zijn, pas dan vind ik het leven. Onze grote opgave is om werkelijk te gaan inzien dat we met onze gehechtheid aan het geluk de stroom van het leven in de weg zitten. Als wij die gehechtheid loslaten vinden we de ‘bevrijding in de overgave aan het leven-zoals-het-is’ (Hein Stufkens).

Overgave aan het leven zoals het is: de lijdende dienaar van de Heer kan als gewonde pas genezer zijn, wanneer wij hem ‘midden in wat mensen zijn’ willen herkennen. Dát is het evangelie van de lijdende Christus:

‘Omdat Hij niet ver wou zijn / is de Heer gekomen.
Midden in wat mensen zijn / heeft Hij willen wonen.
[…]
Wilt daarom elkander doen / alle goeds geduldig.
Weest elkaar om zijnentwil / niets dan liefde schuldig’.
(Huub Oosterhuis)

Amen.

Plaats een reactie