prof.dr. Eric Cossee: Het ene nodige (Lucas 10: 42) n.a.v. Lucas 10: 38-42

*  Alle-Dag-Kerk, 14 oktober 2015  *

Voorganger: prof.dr. Eric Cossee, Rotterdam

Het ene nodige (Lucas 10: 42) n.a.v. Lucas 10: 38-42

Met het verhaal van Martha en Maria hebben veel mensen problemen. Niet een ieder is ervan gecharmeerd. Mocht dat met U ook zo zijn,
dan bent u in goed gezelschap. Want niemand minder dan Nico ter Linden wordt er iedere keer weer kribbig van. In Het verhaal gaat schrijft hij onomwonden: ‘Laat ik eerlijk zijn, ik heb dit altijd een onmogelijke geschiedenis gevonden […]. Wat moet je met zo’n simpel huis-, tuin- en keukentafereeltje? Het valt wel zo ongeveer te begrijpen waarom Maria het goede deel koos, maar dat zij dat kon, was dan toch altijd nog mede dankzij de zorgzame Martha, want je zal maar even ik weet niet hoeveel man op bezoek krijgen! Bovendien: er is verscheidenheid van gaven. De een mediteert graag, de ander is meer een doe-mens, en je moet die twee niet tegen elkaar uitspelen’.
Tot zover Ter Linden.

Inderdaad, we moeten Maria en Martha vanmorgen niet tegen elkaar uitspelen, dan gaan wij voorbij aan de diepere betekenis van dit verhaal. Maar je moet wel eerst even wat wegslikken voordat je aan die diepere betekenis toekomt. Jezus’ optreden jegens Martha roept toch wel enige verontwaardiging op. Je zult maar voor alle huishoudelijke zorgen moeten opdraaien omdat je zus ‘niets’ doet en dan ook nog te horen krijgen, dat jij je te druk maakt en beter een voorbeeld kunt nemen aan je mediterende zusje. Om uit je vel te springen! Maar zoals met meer Bijbelverhalen is ook hier sprake van een gelijkenis, waarin kort en bondig een in werkelijkheid veel ingewikkelder proces in een paar pennenstreken wordt neergezet.

Het proces dat achter dit verhaal zit, is de vraag waardoor ons leven wordt gevoed. Gevoed wordt in de wijdste zin van het woord: niet alleen heel concreet eten en drinken, maar vooral ook voeding geven aan wat een mensenleven opbouwt, aan wat onze relaties versterkt, zowel naar de ander, als naar ons diepste zelf, als naar God. De Bijbel heeft daar een mooie uitdrukking voor, die wij vinden in de oude berijming van Psalm 42 vers 3: ‘voed het oud vertrouwen weder’: ‘O mijn ziel, wat buigt g’u neder, / waartoe zijt g’in mij ontrust? Voed het oud vertrouwen weder, / zoek in ’s Hoogsten lof uw lust’. Het voeden van het ‘oud vertrouwen’ neemt alle menselijke onrust en onbehagen weg. En met dat ‘oud vertrouwen’ komen wij op het spoor van datgene wat Maria in vertrouwensvolle overgave deed neerzitten bij de voeten van de Heer.

Het is het tegenovergestelde van wat wij zien in de tegenwoordige tijd. Wij mensen worden voortgedreven door een tomeloze prestatiedwang. Ons hele economische stelsel dwingt ons tot méér presteren, méér produceren, méér investeren. Maar de Meerwaarde van al dat ‘meer’ ontgaat ons. We komen in een mallemolen terecht die steeds meer van ons vráágt, zonder dat ons meer wordt gegeven. Het gebrek aan voldoening dat deze levenswijze ons oplevert, compenseren wij door meer te consumeren, meer eten, meer drinken, zonder dat wij er werkelijk door worden gevoed. Overgewicht en verslaving zijn de wrange vruchten van een geestelijk ondervoed bestaan. Ons leven heeft een geestelijke basis nodig, wil het niet in vraatzucht of prestatiedwang worden verstikt.

Waar kunnen we die basis beter vinden dan aan de voeten van de Heer? Hier houdt ons hele jachtige bestaan even de pas in; hier is rust en evenwicht, hier kom je tot inkeer en bezinning. Hier, waar Maria is neergestreken, hier wordt ook Martha een plaats gewezen. Om nog eenmaal Ter Linden te citeren: ‘Twee wijzen van geloven beelden zij uit. Ze wonen in hetzelfde huis. Ze leven in ieder mens, man of vrouw. Ze horen bij elkaar, ze lijken sprekend op elkaar, zoals ook hun namen op elkaar lijken. Ze zijn van alle tijden. Martha is in beslag genomen door het vele dienen. En natuurlijk, het woord moet vlees worden, het moet worden gedaan. Maar als het geloof een kramp wordt of een vlucht, ben je onvrij en weer in het diensthuis gevangen. Maria zit aan de voeten van Jezus, in vertrouwensvolle overgave. Die kun je niet organiseren. Maar je kunt wel stil en ontvankelijk worden van binnen en je open stellen voor het vernieuwende Woord van de Heer’. Einde citaat.

Maria kan zonder Martha niet bestaan. Het leven moet gevoed worden door eten en drinken. Maar van brood alleen kan de mens niet leven, zegt Jezus elders in het Evangelie (Mat. 4: 4, Luc. 4: 4). Martha kan Maria onmogelijk missen: de liefde van de Heer is de spijze voor haar ziel. Beiden laten zij ons zien, waar het in dit bestaan om begonnen is: met hart en ziel, naar lichaam en geest als complete mensen léven. En dat kunnen wij door elkaar te voeden met dat ene nodige: het oud vertrouwen in het vernieuwende Woord van de Heer.
Dat Woord zegt: ‘Er is maar één ding noodzakelijk’ (Luc. 10: 42).

Wat is dan dat ene nodige? Als wij een antwoord zoeken op die vraag, dan geeft Jezus dat elders in het Evangelie: ‘Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden’ (Mat. 6: 33). Gods koninkrijk, dat is Gods heerschappij, anders gezegd: het gezag van Gods waarden over ons leven – als wij ons daarvoor buigen, dan vallen de dingen op hun plaats. Dan kunnen wij de juiste prioriteiten stellen te midden van de vele dingen die mensen menen te moeten doen. Niet meer onze dadendrang moet heerschappij voeren over ons leven, maar de liefde van God. En dan zullen alle andere dingen ons gegeven worden.

Maria heeft het begrepen – nu wij nog.
Laat de oude remonstrantse zinspreuk ons daarbij tot leidraad zijn:

‘Eenheid in het nodige,
Vrijheid in het onzekere,
In alles de liefde’.

Amen.

Plaats een reactie