prof.dr. Gerard den Hertog: ‘We zullen nooit weten wat we niet gedaan hebben…’, n.a.v. Matteüs 21: 14

*  Alle-Dag-Kerk, 2 september 2015  *

Voorganger: prof.dr. Gerard den Hertog, Apeldoorn

‘We zullen nooit weten wat we niet gedaan hebben…’, n.a.v. Matteüs 21: 14
‘Toen kwamen er in de tempel blinden en verlamden naar hem toe, en hij genas hen.’

Het is maar een klein stukje tekst dat we gelezen hebben, maar we wrijven er onze ogen bij uit. Is dit dezelfde Jezus die nog maar even geleden als toonbeeld van zachtmoedigheid Jeruzalem is binnengereden, gezeten op een ezel, toonbeeld van vredelievendheid en zachtmoedigheid?! Hier lezen we dat Jezus de tempel binnengaat en – doelgericht – al de lieden die er zaken deden naar buiten dreef, de tafels omkeerde van hen die – tegen ongunstige koers – Romeinsgeld voor tempelgeld wisselden en de stoelen omgooide van de mensen die duiven verkochten: het offer van de armen – om aan die armen te verdienen.
Zó kennen we Jezus eigenlijk niet…

Wat is hier aan de hand? Nu, in de voorhof van de tempel vond kennelijk een levendige handel plaats. Tot het jaar 30 n.Chr. hadden een heleboel transacties – waarbij gangbaar geld moest worden omgewisseld in tempelgeld – op de Olijfberg plaatsgevonden, maar de priesters hadden met lede ogen aangekeken wat anderen voor fraaie winsten maakten. En zó hadden ze in de voorhof van Salomo ruimte ingericht om geld te kunnen wisselen tegen woekerkoersen, en ervoor gezorgd dat de winst in hun zakken vloeide.

Wat deed dat met de tempel? Wat deed het met de mensen die er kwamen? Nu, het eerste wat je ziet, als je als pelgrim de tempel binnengaat om voor God te verschijnen is wat je buiten de tempel óók ziet: de commercie is overal doorgedrongen.
Je komt de tempel binnen, de plaats waar je God ontmoet en alles spreekt van genade en verzoening, van onbegrijpelijke, onverdiende goedheid. Alles is erop gericht, dat je de vreugde van de gemeenschap met de HERE ervaart. Maar het eerste wat je ziet is een heel bedrijf van geld uit je zak kloppen. De koersen logen er niet om, en je hoefde niet lang te raden wie ervan profiteerden. En als je arm was, en als offer enkel een duif kon brengen, dan werd er een prijs van je gevraagd die je juist als arme niet kon opbrengen. Het kan niet anders of de mensen hebben zich groen en geel geërgerd.
Maar er gebeurt ook iets met de mensen die in de tempel dienen. Ze krijgen ogen, die bepaald zijn door het geld. Zieken, gehandicapten en ook kinderen doen er niet mee. Zij doen immers niet mee in de ratrace naar het grote geld?!
Nu ja, misschien moeten wij ook maar niet op ál te hoge toon spreken. Is er wel eens een nieuws item in het Journaal over een ramp, waarbij níet wordt vermeld hoeveel geld ermee gemoeid is? De vluchtelingen op de Middellandse Zee? Och, ook bij hen gaat het om de vraag wat het de EU kost om echt iets te doen aan de vrouwen, kinderen, oude mensen die een jammerlijke dood sterven.

Christus doorbreekt dat. Hij drijft het uit. Er moet orde op zaken worden gesteld. De tempel is een huis van gebed. Gebed is van een andere orde. Gebed is op God gericht. Op het leven voor zijn aangezicht. Zó heeft God de tempel bedoeld. Daarom maakt Jezus er ruimte voor. Nee, er vallen geen slachtoffers. Er raakt niemand gewond. Maar er is consternatie alom, en Jezus’ boodschap is duidelijk: dit moet ophouden.
Past zo’n optreden wel bij Jezus? Nu, het is soms nodig om iets heel duidelijk te maken. Dat is ook nodig naar je kinderen toe. Je moet wel eens ingrijpen, maar de vraag is daarbij wel: waarom doe je het? Christus deed het niet uit woede, maar om de tempel weer tot een bedehuis te maken. Om het roven te beëindigen. Roven – van geld, van zicht op God, van vreugde in Hem.

Christus is hier al onderweg naar het kruis. Hij láát Zich aan het kruis slaan. Maar vergissen we ons niet: Hij gaat niet als een willoos slachtoffer. Nee, ‘de ijver voor Gods huis verteert Hem’. Waar Christus in ons leven binnentreedt, daar is Hij niet de stille vriendelijke figuur, daar moeten de belemmeringen in ons bestaan wijken. Wat ons in de weg staat om helemaal voor de HERE te leven. Wat Christus hier met de tafels doet, wil Hij vandaag door zijn Geest in ons en om ons heen doen!

En nu het opmerkelijke. In de ruimte die Jezus maakt komen blinden en lammen de tempel binnen. Of preciezer: ze komen naar Jezus toe. Waar komen ze vandaan?
Nu, blinden en lammen zaten – zeker als de pelgrimsfeesten naderen, zoals nu het Paasfeest – door heel Jeruzalem heen, het begon al bij de pelgrimsroutes buiten Jeruzalem (Jericho), tot op de trappen van de tempel en in de voorhof. Ze bedelden om een aalmoes. En dan zaten ze op een goede plek, want het Oude Testament is er helder over, dat je voor God alleen kunt verschijnen, als je de armen gedenkt.
Blind, verlamd zijn ze. Ze kunnen de tempel niet binnen om het feest mee te maken. Aalmoezen krijgen ze, zodat ze het weer een poosje kunnen uitzingen. Maar de tempel is voor hen niet de plaats waar ze hun dankoffer brengen van genezing. Niemand die erop rekent genezing te vinden. ‘Die ruimte hebben we voor de uitbreiding van ons bedrijf nodig!’

Waar de geldwisselaars en duivenverkopers de plaats innemen van de blinden en verlamden wordt de tempel tot een plaats zonder levende verwachting. Die is er dan alleen voor om de gelukkigen rijker te laten worden, de wereld van het geld door te laten gaan, en niemand echt uitzicht te bieden.

De blinden en lammen komen de ruimte binnen die Jezus heeft vrijgemaakt. En Hij geneest hen. God geeft het, in zijn tempel, die geen plek moet zijn waar het allemaal net zo eraan toe gaat als buiten, maar waar uitgezien wordt naar ontferming, naar genezing, naar leven! Als Jezus de wisselaars en de duivenverkopers uitdrijft ontstaat er ruimte. Die ruimte zou er niet zijn geweest, als Jezus die niet had gemaakt. We moeten soms dingen ons ontzeggen, wegdoen, om ruimte te maken.

Dietrich Bonhoeffer heeft ooit gezegd: we zullen nooit weten wat we nagelaten hebben. Het leven, ook in zijn kern, waar je houvast hebt en vreugde vindt – dát is de tempel! – door de commercie laten bepalen, je weet niet wat je verspeelt. Je weet niet wat je mist…
Vandaag – heb ik het gevoel – beginnen we er iets van aan te voelen dat heel wezenlijke dingen uit ons leven weggesijpeld zijn. We zullen nooit weten wat voor volheid van leven ons wacht, als we nu eens niet het geld bepalend laten zijn.

Maar waarom zouden we de commercie bepalend laten zijn? Als ons het gevoel bekruipt dat we iets heel belangrijks missen, dat er een wereld aan menselijkheid voor ons verloren gaat, zouden we dan niet bidden dat God ons wegen wijst buiten de duivelskringen waarin we onszelf hebben opgesloten en concrete stappen doen? God wacht en antwoordt op oprechte gebeden en daden in verantwoordelijkheid, schreef dezelfde Dietrich Bonhoeffer vanuit de gevangenis.

We zullen nooit weten wat we niet gedaan hebben.. Maar als we de God van alle ontferming voor mensen in nood voorrang geven zullen we ontdekkingen doen die ons leven op een ongedachte manier inhoud en betekenis geven!

Plaats een reactie