ds. Pieter Massmeijer: ‘Een groter gelijk’, n.a.v. Marcus 1: 29-34

*  Alle-Dag-Kerk, 1 maart 2014  *

Voorganger: Ds. Pieter Masmeijer

‘Een groter gelijk’, n.a.v. Marcus 1: 29- 34

Hier zijn we, na het kerstfeest, weer bij elkaar en luisteren naar Marcus,  die helemaal geen kerstverhalen heeft verteld, maar die, in zijn evangelie direct met de deur in huis valt met Jezus’ optreden in het openbaar.
En laat zien wat dat Christuskind bezongen door engelenkoren, aanbeden door herders door wijzen met geschenken vereerd, (wat dat Christuskind)  concreet in mensenlevens kan betekenen.
*************************************************************

Beste mensen

Misschien heeft u het wel eens meegemaakt:
dat iemand uit uw naaste omgeving een totaal andere wending aan zijn of haar leven heeft gegeven.
Dat iemand een keuze maakt waar je zo je vragen bij hebt….
Iemand besluit b.v. een riante baan op te geven om bij Artsen zonder Grenzen te gaan werken of iemand besluit minder te gaan werken vanwege de zorg voor het gezin of: iemand kiest voor een totaal onverwachte partner…
Dat zijn situaties die je verwarren, die je van slag brengen en vragen doen stellen; en je gaat als het ware je eigen leven heroverwegen hoe ziet mijn leven eruit tot nu toe?
Hoe anders zou ik het willen, in welk opzicht ben ik vastgeroest, welke beslissing zou ik moeten nemen en: hoe veel moed heb ik daar voor nodig?
Misschien heeft u zoiets wel eens meegemaakt…….

Beste mensen, in de evangeliën gaat het altijd over mensen die veranderen, als Jezus bij hen in de buurt komt: als ze zijn stem horen, als ze door Hem aangesproken worden als ze – zoals dat in bijbelse termen heet – geroepen worden en Hem willen volgen, als dat het is dat hun leven bepaalt en kleurt…..
En Marcus , in zijn evangelie laat zien dat dat veranderen (op allerlei verschillende manieren) altijd te maken heeft met ‘opstaan’ en met ‘elkaar van dienst zijn’.
Volgelingen van Jezus, en dat zijn wij zoals we hier bij elkaar zijn, zijn altijd geroepen om op te staan en elkaar van dienst te zijn!

Vanmiddag wil ik wat uitgebreider stilstaan bij wat Marcus daarover in een paar zinnen vertelt en waar je zomaar overheen leest:
Het gaat over vier mannen: Simon – die later Petrus wordt genoemd – en Andreas, Johannes en Jacobus.
U weet wie dat zijn!
Dat zijn die vier vissers die op een morgen, nog niet zo lang geleden, niets vermoedend aan het werk waren, die door Jezus weggeroepen werden uit hun dagelijkse ordelijke en plichtmatige gang van zaken,
uit de binding aan hun werk en uit de binding aan hun familie…..
om Hem te volgen, om op te staan uit waar ze al jaar in jaar uit mee bezig waren en wat misschien wel tot een dodelijke sleur was geworden.

En nu weet ik niet of u er wel eens over heeft nagedacht wat deze gebeurtenis, deze plotselinge en onverwachte beslissing om weg te gaan, om Jezus te volgen, wat dat betekende voor de achterblijvers?
Misschien, omdat het er zo nadrukkelijk van Jacobus en Johannes staat, dat zij hun vader Zebedeüs in het schip achter lieten met de dagloners en Jezus achterna’ gingen. Misschien dat u daarom wel eens aan die vader gedacht heeft: hoe moest dat nu verder met het werk? zo zonder zijn twee zonen, die zo maar weg waren gegaan.
Maar aan een moeder? aan een vrouw en kinderen heeft u daar wel eens over nagedacht?
Vandaag moeten we er wel over nadenken omdat Marcus over een familierelatie van Simon Petrus, n.l. de moeder van zijn vrouw, zijn schoonmoeder dus, vertelt. Hij doet dat kort, in een paar zinnen, met enkele woorden, maar er zit een wereld van ervaringen en emoties achter en die lees je tussen de regels door.

Want het is niet zomaar, dat Marcus, zo vlak na het roepingverhaal van die vier vissers een kijkje geeft in één van hun huizen, bij één van hun families.

Je hebt er niet zoveel fantasie voor nodig om je voor te stellen hoe de beslissing van Simon op de moeder van zijn vrouw gewerkt heeft:
‘Wat bezielt je?’ zal ze gezegd hebben, ‘om je vrouw, je kinderen en je familie in de steek te laten?
Heeft die man uit Nazareth je ander werk gegeven?
‘Nee’, zal Simon gezegd hebben, ‘jammergenoeg niet!
Die Jezus heeft zelf ook geen geregeld inkomen en zoiets stelt Hij ook zijn volgelingen niet in het vooruitzicht.’
‘En waar moeten wij dan van leven? Van de lucht en het water zeker?

‘Ach, laten we er maar over ophouden’  zal ze gezegd hebben, ‘er valt toch niet met je te praten… al het werk en alle andere verantwoordelijkheden en plichten blijven liggen
terwijl jij gewoon wegloopt en iets of iemand naloopt waarvan je denkt dat het je vrijheid geeft.’
‘Maar die man brengt vrijheid’, zal Simon gezegd hebben.
‘Een mooie vrijheid,’ zal hij als antwoord hebben gekregen, ‘die erin bestaat je vrouw te laten zitten en te vertrekken.
Als deze Jezus een man van God zou zijn dan zou Hij toch als eerste moeten weten dat God juist wil dat je verantwoordelijk bent en trouw.’

Die vrouw, die schoonmoeder van Simon, die had natuurlijk vreselijk gelijk en het maakte haar nog zieker dan ze al was; haar verontwaardiging en woede deden haar temperatuur nog verder oplopen toen zij hoorde dat deze man van Nazareth nu uitgerekend ook nog in hun huis zou komen, op sabbath na de dienst in de synagoge…..

Ze had vreselijk gelijk en toch……
je kunt niet zeggen dat Simon daarom geen gelijk had!
Je moet zeggen dat er voor Simon, sinds hij de stem van Jezus gehoord heeft en met Hem is meegegaan, dat er voor hèm een groter gelijk in zijn leven is gekomen. Hij wist alleen niet goed hoe hij dat onder woorden moest brengen.
Maar als je Jezus hoorde spreken, dan ging je wel vragen stellen bij alles wat je zo, normaal gesproken, altijd min of meer vanzelfsprekend gedaan en gedacht had; als je Jezus hoorde praten en uitleggen hoe dat zat met de bedoelingen van God en zijn koninkrijk, dan kwamen de gewoonste en meest vanzelfsprekende dingen op losse schroeven te staan….. als Jezus sprak over God, over zijn liefde voor mensen,
over dat God wil dat mensen vrij zijn en elkaar vrij maken, vrij van ziekmakende bindingen, vrij van schuld en van schaamte.
Ja, als je Jezus hoorde en zag, dan ging je je vanzelf afvragen hoe vrij en blij je eigenlijk wel was…

Die schoonmoeder van Simon, ze had natuurlijk vreselijk gelijk, maar toch!
Ik denk dat Simon hoopte dat, als Jezus in zijn huis zou komen, dat het voor zijn schoonmoeder en voor de anderen vanzelf wel duidelijk zou worden wat Simon niet kan uitleggen, maar waarvan hij overtuigd is dat het goed is.

En Jezus kwam….. Hij kwam in dat huis bij die zieke vrouw. Hij ging naar haar toe, pakte haar hand vast en hielp haar overeind. ‘Wekte haar op’ staat er, ‘deed haar opstaan’ en dat woord gebruikt Marcus niet voor niets.
Marcus wil zeggen dat Jezus een mens die met Hem in aanraking komt doet opstaan, niet alleen letterlijk maar ook geestelijk: de vrouw wordt a.h.w. wakker, ze doet haar ogen open en ze gaat iets zien wat ze eerder niet zag, er valt nieuw licht over haar leven, er is een nieuwe dag voor haar, ze gaat opnieuw aan het leven beginnen:
‘Toen verliet de koorts haar, en ze begon voor hen te zorgen.”

Beste mensen, nu zou het zo jammer zijn als we bij dat laatste zinnetje alleen maar iets hoorden als: ‘die vrouw was weer beter en ze ging direct naar de keuken om haar huisvrouwelijke plicht te doen’…..
O, nee, er staat veel meer: zij diende, zij zorgde voor de gasten, zij ging doen wat er voor haar te doen viel.
Dienen is niet alleen ‘be-dienen’, dienen is ook altijd weer iets anders, afhankelijk van de situatie: de ene keer dien je iemand door iets te geven, door iets voor iemand te doen, voor iemand te zorgen, de andere keer dien je iemand juist door iets te ontvangen, door juist niet iets te doen.
Je kunt werkelijk iemand op heel veel verschillende manieren van dienst zijn.

Terug naar de schoonmoeder:
Al haar verzet, al haar woede is verdwenen; al haar ‘gelijk’ is ook verdwenen, ook zij heeft, net als haar schoonzoon Simon Petrus, in Jezus een groter gelijk gevonden en een ander ‘laatste woord’.
Ook zij is nu ‘geroepen’, ook zij is nu een volgeling, een leerling van Jezus.
En het evangelie vertelt niet wat zij dacht en wat ze zei er wordt alleen maar verteld wat zij deed: op diezelfde avond nog zet ze haar deuren open voor allen voor wie het leven onmogelijk of te moeilijk is
om ook door de nabijheid van Jezus te veranderen.

Beste mensen, dit verhaal zet je, als het goed is, aan het denken over wat wij, wat u en ik, eigenlijk als onze roeping zien:
wat voor leven leven wij eigenlijk?
Kunnen we moed verzamelen en durven we de vrijheid aan om – ook in geestelijke zin – op te staan of iemand toe te laten die ons helpt op te staan, uit een leven en uit een gedachtewereld waarin we misschien muurvast zitten uit angst, uit gewoonte of uit onmacht?

Kunnen we af van dat vreselijke ‘gelijk’ dat we altijd denken te hebben?
Durven we ons over te geven aan dat grotere gelijk van Jezus?
Dat ‘gelijk’ van de vergevingsgezindheid; dat ‘gelijk’ van ‘nog een mijl’, nog een stuk verder met iemand mee oplopen dan hij/zij van je vraagt ………
Durven we ons toe te vertrouwen aan dat grotere gelijk van Jezus, van de minste willen zijn, de ander te dienen en de ander vrijheid te gunnen omdat je dan pas zelf ook vrij bent.

‘Alles heeft Hij welgedaan.
Tot wie zou ik anders gaan.’

Amen

Plaats een reactie